Carlos Gardel – Yira, yira

In de studios van filmpionier Federico Valle maakte regisseur Eduardo Morera in 1930 een aantal filmopnamen van Carlos Gardel. Vijf jaar later, 24 juni 1935, overleed de beroemde zanger bij een vliegtuigongeluk in Medellín, Colombia. Miljoenen fans in Zuid-Amerika waren diep en diep geschokt. Het stoffelijk overschot van Gardel werd met ezel, kar, trein en boot via New York en Montevideo teruggebracht naar Buenos Aires. Bij elke tussenstop kwamen hordes mensen afscheid van hem nemen. Nog in datzelfde jaar werden vijftien van Morera’s opnamen samengesteld tot de film Así cantaba Carlos Gardel (“Zo zong Carlos Gardel”). Het vertoonde fragment is één daarvan. Gardel zingt daarin de tango Yira, yira. De inleidende dialoog is tussen zanger Carlos Gardel en de schrijver van het vertolkte lied, de dichter Enrique Santos Discépolo:

Gardel: Enrique! Hoe gaat het?
Discépolo: Goed, en jij?
G: Vertel me, Enrique: wat heb je met de tango Yira yira willen uitdrukken ?
D: Met Yira yira
G: Ja, die.
D: Een lied van eenzaamheid en wanhoop…
G: Man, zo heb ik het precies begrepen.
D: En daarom zing je het op zo’n bewonderenswaardige manier.
G: Maar de hoofdpersoon is een goed mens, nietwaar?
D: Ja… Het is een man die gedurende veertig jaar geleefd heeft in de hoop op en verwachting van broederschap en naastenliefde. En op zijn veertigste beseft hij opeens dat mensen beesten zijn.
G: Je zegt bittere dingen…
D: Natuurlijk… Je moet niet verwachten dat ik leuke dingen vertel, over een man die veertig jaar moet wachten voordat hij wakker wordt.

Dat laatste is een lastig te vertalen woordspeling. Discepolo zegt: Claro… No pretenderás que diga cosas divertidas de un hombre que ha esperado cuarenta años para desayunarse. Het desayunarse wordt in de dialoog eerder gebruikt als “zich beseffen”, “wakker worden”, maar letterlijk betekent het in de laatste regel: “een man die veertig jaar moet wachten voordat hij kan ontbijten”. Bron: https://vlex.com.co/vid/discepolo-tango-politica-738723773

Nummer 

Yira, yira

Zelfs als je leven in elkaar stort, zelfs je als een pijn verbijt, verwacht nooit hulp, geen hand, geen gunst.

De tango Yira, yira heeft een inktzwarte tekst. De coupletten beschrijven iemand die door het leven in de steek is gelaten: iemand die geen geluk heeft, geen geld, geen eten. En erger nog, ook geen vrienden. De tekst trekt bittere conclusies: waar je aanbelt — om in de armen van een vriend te kunnen sterven — wordt niet open gedaan, en waar je ineenstort, staan de mensen om je heen klaar om de kleren te passen die je zult achterlaten. Het credo is: verwacht geen helpende hand, geen gunst, van niemand niet. Alles is een leugen, nergens is liefde, de wereld geeft nergens om. Het Yira, yira uit de titel zegt dat “doelloos ronddolen” het enige is wat overblijft.

Zowel de tekst als de muziek van dit lied is geschreven door Enrique Santos Discépolo, schrijver, acteur en filmregisseur. De tango Yira, yira is een van zijn vele maatschappijkritische teksten, geschreven in 1929 en opgenomen in 1930. Het lied is een portret van Argentinë en Buenos Aires ten tijde van de Great Depression.

In de periode 1943-1949 had Yira, yira te lijden van de censuur opgelegd door de regering Péron. De titel kon niet door de beugel, die werd Camina, camina, “Wandel, wandel”. Ook de coupletten moesten anders, vanwege het vele Lunfardo, het slang van Buenos Aires.

Gek genoeg verbond Discépolo zich actief met de corporatistische politiek van Péron, die onder meer de vakbonden een sterke rol gaf. Zijn peronistische activisme, onder meer op de radio, isoleerde Discépolo steeds verder. Hij werd openlijk tegengewerkt. Aan dat sociale isolement ging Discépolo ten onder, hij stierf in 1951, eenzaam en alleen zoals het personage in Yira, yira. Bron: https://www.todotango.com/historias/cronica/422/Discepolo-y-la-politica:-%C2%ABVeras-que-todo-es-mentira%C2%BB/

Volledige vertaling
Nummer 

Pablo Rodriguez y Noelia Hurtado – Yira, yira

Bijzondere uitvoering, deze interpretatie van Pablo Rodriguez en Noelia Hurtado, want gedanst op muziek die niet gemaakt is om te dansen. De muziek die klinkt is de tango Yira, yira gezongen door Carlos Gardel, enkel begeleid door gitaren. Op Youtube is te zien dat Pablo Rodriguez dat vaker doet, dansen op niet-dansmuziek. Plaats en tijd: het zogeheten Tangon-festival in 2010.

Nummer 

Adriana Varela – Mano a mano

Encuentro en el Estudio is een programma van het Argentinijnse Ministerie van Onderwijs, waarin Argentijnse muzikanten “in de etalage” geplaatst worden. Elke maand worden weer nieuwe studiopnamen gemaakt. In deze opname zingt Adriana “La Gata” Varela de tango Mano a mano. Haar interpretatie wordt in de commentaren op Youtube uitgebreid geprezen: Que pedazo de mujer! Grandiosa interpretación. Su voz para mi es la esencia del tango lunfardo. Goyeneche resucitado en mujer. Oftewel: “Wat een vrouw, wat een grandiose interpretatie. Voor mij is haar stem de essentie van de Lunfardo-tango. [Roberto] Goyeneche herrezen als vrouw.” Zie hier voor de hele opnamesessie uit 2012.

Nummer 

Mano a mano

Vandaag ben je een geslaagde dame, het leven lacht en zingt je toe, je verkwist makkelijk het geld van de sufferds, net zoals een sluwe kat met muizen speelt.

Bij de titel van deze tango, Mano a mano, ligt de vertaling “Hand in hand” voor de hand. Maar dat klopt niet, want het gaat hier om quedar mano a mano en dat betekent “Kiet staan”. Kiet staan, dat slaat in dit lied op de complexe relatie tussen de tekstdichter en zijn geliefde. Ze zijn elkaar niets meer verschuldigd, dus staan ze kiet. Ooit, in een vroeger leven van armoe en ellende hadden de twee iets met elkaar, maar dat is over en uit. Nu is zij verslaafd aan de glam en glitter van de milonga, aan de rijke vriendjes die haar onderhouden. De tekstdichter van zijn kant denkt vooruit, hij speculeert op het aflopen van haar houdbaarheidstermijn. Wanneer die voorbij is, in een toekomstig leven dus, hoopt hij haar alsnog bij te kunnen staan met raad en daad.

Deze beroemde tango werd in 1920 geschreven door Celedonio “El Negro Cele” Flores (1896-1949). El Cele werd geboren in de stad Buenos Aires, in de wijk Villa Crespo, voornamelijk bewoond door creolen en immigranten van verschillende afkomst. In de jaren twintig was hij een zeer populaire dichter en tekstschrijver. Zijn tango’s, vaak sentimenteel en moraliserend in de beschrijvingen van zijn personages bevatten veel Lunfardo, het lokale jargon van de Río de la Plata-regio. Zijn meest creatieve fase duurde tot het begin van de jaren dertig. Gardel nam eenentwintig nummers op van Celedonio, waaronder een van de grootste hits uit zijn hele carrière: “Mano a mano”.

De tekst van Mano a mano is dubbelzinnig, niet alleen door het vele Lunfardo (het slang van Buenos Aires), maar ook en met name door het zinnetje: Es una buena mujer: “Zij is een goede vrouw”. Dit zinnetje zou zowel serieus opgevat kunnen worden (en dan houdt de tekstdichter oprecht van de flierefluitster uit het lied), maar ook cynisch (en dan laat hij haar helemaal vallen). De muziek is van Carlos Gardel en José Razzano. Gardel nam het lied in 1923 voor het eerst op. Daarna volgden vele opnamen, van onder andere: Canaro, Lomuto, De Angelis, Edmundo Rivero, Julio Sosa, Roberto Goyeneche en Adriana Varela.

In 1943 viel dit lied ten prooi aan de censuur. Het zeer aanwezige en dubbelzinnige Lunfardo was uit den boze, maar ook het lichtzinnige leven van de flierefluitster kon niet door de beugel. Onder de censuur viel namelijk: Lunfardo, dronkenschap en “alles wat als immoreel of negatief kon worden opgevat worden voor het land of de taal”. De hele tekst ging op de schop. De gecensueerde versie, een bloedeloze schim van de oorspronkelijke tekst werd in 1944 opgenomen door het orkest van Lomuto. Gek genoeg is de versie van De Angelis uit 1946 de originele, ongecensureerde versie, terwijl de censuur pas in 1949 werd afgeschaft/verlicht.

Volledige vertaling & gecensureerde versie
Nummer 

Gustavo Negrotto y Laura Collavini, Mano a mano

November 2017, milonga Abrazando tangos, Buenos Aires. Gustavo Negrotto en Laura Collavini dansen de tango Mano a mano in canyengue-stijl. Mooi speels gedanst. Gustavo en Laura zijn canyengue-specialisten. Ze geven les, organiseren de buitensalon La Glorieta de Versailles bij de bushalte Arregui y Glorietta de Versailles en reizen over de wereld. De muziek die speelt is van het orkest van Franciso Canaro, de zang van Roberto Maida.

Canyengue, ontstaan ​​in de jaren 1920 en 30, is de oudste vorm van de Argentijnse tangostijl en wordt gekenmerkt door een innige omhelzing en een lichte “V” -houding. Dansers buigen tijdens het dansen hun knieën, gebruiken allemaal korte passen – om het toen populaire ‘staccato’-ritme te volgen, soms met overdreven lichaamsbewegingen. De muziek uit deze tijd had een sneller, pittiger tempo waardoor de dans een ritmisch gevoel kreeg, vergelijkbaar met dat van moderne milonga. Bron: https://www.tanguito.co.uk/tango-culture/discover-tango/argentine-tango-dance-styles/

Nummer 

Néstor Garnica – Chacarera del Violín

Dit nummer is een van de meest bekende chacarera’s. De titel spreekt voor zich en anders wel uit de muziek: het is de “Chacarera van de viool”. De violist Néstor Garnica is een grootheid uit de Argentijnse folklore-scene, met bijnamen als “Violinero del tiempo” en “Violinero del Apocalypse”. In 1994 kreeg hij een Argentijnse beurs om naar Duitsland te reizen, waarmee hij langs steden als Düsseldorf, Keulen en Bonn tourde. Daarna maakte hij zijn studie af aan het Rotterdams Conservatorium. Hij bezocht verschillende Europese landen en speelde mee met diverse groepen en muziekstijlen zoals Orquesta Típica de Tango de Rotterdam, Mariachi Group “Tierra Caliente” uit Amsterdam en Trio “Caramba”. Hij heeft talrijke onderscheidingen op zijn naam staan en een uitgebreide platencarrière. Tot zijn bekendste albums behoren Lunita del Violinero, La fiesta del Violinero en El Violinero del tiempo. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/N%C3%A9stor_Garnica

Chacarera del violin

Telesita brandt in het vuur, eindeloos dansend, laat het arme ding dansen, altijd zal voor haar de viool huilen.

Dit lied, een chacarera, is afkomstig uit Santiago del Estero, een provincie in het noordoosten van Argentinië. De muziek wordt gedomineerd door een uitnodigende, jammerende en huilende viool. In de tekst is het een arme man die de viool bespeelt. Hij speelt een chacarera en met die chacarera hoopt hij de Telesita op te roepen. De Telesita is een mythische figuur uit de cultuur van Santiago del Estero, een vrouwspersoon die graag en veel danste, maar die ooit tragisch is omgekomen, in een brand. In de tekst klinkt verdriet door om de dood van La Telesita en de hoop haar en haar vurige dans weer op te kunnen roepen.

Telesita of La Telesita is de naam waaronder Telésfora Castillo of Telésfora Santillán bekend stond, een jonge Argentijnse uit de provincie Santiago del Estero, bekend om haar liefde voor de dans. Zij verbrandde in de tweede helft van de 19e eeuw. Na haar dood werd zij door mongelinge overlevering tot een mythische figuur, een mythisch wezen. De legende van de Telesita behoort tot de Santiago-folklore en heeft een groot aantal liederen, gedichten en verhalen geïnspireerd, waaronder de chacarera La Telesita en deze Chacarera del violin.

Het bestaan ​​van de Telesita is legendarisch. La Telesita zou het enige kind zijn geweest van zeer rijke ouders. Beide ouders stierven en het meisje raakte niet goed bij haar hoofd. Ze begon alles weg te geven, alles wat ze had, de gouden en zilveren kleding, de hacienda die ze had. En zij begon te zingen en te dansen. Soms kwam zij naar de huizen en gaven ze haar te eten. Ze liep de feesten af, waar ze waarzegster was en danste. Iedereen had medelijden met haar. Alle versies zijn het erover eens dat Telesita is verbrand, maar de omstandigheden en de manier waarop lopen sterk uiteen. Een van de meest wijdverbreide verhalen beweert dat zij stierf doordat zij heel dicht bij het vuur in slaap viel terwijl zij zichzelf tegen de kou probeerde te beschermen. Een andere versie vertelt dat ze verbrandde tijdens een dans, toen haar kleren vlam vatten door contact met het vuur. Ten slotte is er ook de versie dat Telesita zou zijn getroffen door de bliksem die haar in brand stak en dat toen ze haar toevlucht zocht op haar ranch, die ook in brand vloog.

Een telesiade is een ceremonie waarbij La Telesita aangeroepen wordt. Iemand, de “beloftemaker”, probeert om een ​​bepaalde gunst van de heilige te verkrijgen. Deze bereidt een soort brood in de vorm van een engel en ter grootte van een kind, dat de geest van de Telesita vertegenwoordigt en dat op een tafel in het midden van de patio zal blijven liggen, bedekt met een wit tafelkleed en omringd door kaarsen en bloemen. Deelnemers moeten authentieke toewijding en een oprechte intentie hebben om de belofte waar te maken, door middel van muziek, dans en de consumptie van alcoholische dranken. De telesiada begint altijd met het dansen van zeven chacarera’s achter elkaar en aan het einde van elk moet iedereen een glas alcohol drinken. Het dansen gaat door totdat de organistor is uitgeput, waarna het ritueel is voltooid. Dan worden de kaarsen gedoofd en een uitverkoren jonge vrouw pakt de engel, maakt hem los en verdeelt hem onder de deelnemers, die ze opeten met een slok alcohol. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Telesita

Volledige vertaling

Octavio Fernandez y Corina Herrera

Tangosalons worden soms onderbroken door volksmuziek, als broodnodige afwisseling of om de overgang naar een andersoortig programma te markeren. In de afgebeelde video uit 2010 zijn we bij een buitensalon in het Italiaanse stadje Costa d’Oneglia, in de buurt van San Remo. Corina Herrara (danspartner van onder andere Pablo Rodriguez) en Octavio Fernandez dansen hier de Chacara del violin, en hoe: met veel vuur, geheel in lijn met de inhoud van de tekst. De muziek die speelt is van Néstor Garnica.

Fuimos por Inés Cuello

La 2×4 is een radiostation uit Buenos Aires dat zeven dagen per week tangomuziek uitzendt, dag en nacht. Klik hier voor de programmering en hier om online te luisteren. Op weekdagen van 9 tot 12 uur in de ochtend kun je luisteren naar “El Arranque”, een programma van Luis Tarantino. In dat programma was juli 2018 Inés Cuello te gast. In deze video, opgenomen in de studios van La 2×4 zingt zij Fuimos, een tango van José Dames en Homero Manzi. De gitaarbegeleiding is van Leonardo Andersen. Prachtig gezongen en gespeeld.

Nummer 

Fuimos

Wij waren de hoop die geen werkelijkheid werd, die geen glimp van zijn zachtmoedige middag kon opvangen.

Wat een prachtige tekst heeft deze tango Fuimos, oftewel: “We waren”. En wat een práchtige opbouw. Het is bijna een lesje Spaanse grammatica. Het eerste couplet begint met Fui, “Ik was”, het tweede met Fuiste, “Jij was” en de resterende coupletten beginnen steeds met Fuimos, “Wij waren”. Ook de taal is prachtig. De tekst stroomt over van vergelijkingen die allemaal liefdesverdriet betreffen: regens van as en vermoeidheid, gemorste druppels azijn op wonden, liefdeshoop die geen glimp van zijn zachtmoedige middag kan opvangen. De tekstdichter is afgewezen en zijn wereld is ingestort. Het resultaat is desolaat liefdesverdriet dat wordt beschreven in prachtige beelden, de ene vergelijking na de andere. Je zou er bijna zelf bij neerstorten…

De tekst van deze Fuimos is van Homero Nicolás Manzione Prestera (1907-1951). Homero Manzi was een Argentijnse tangotekstschrijver, auteur van verschillende beroemde tango’s, zo’n 150 in totaal. Hij werd geboren in Añatuya, in provincie Santiago del Estero. Manzi was al van jongs af aan geïnteresseerd in literatuur en tango. Na een korte periode in de journalistiek werkte hij als literatuurprofessor en professor Spaans. Om politieke redenen – hij was lid van een volkerennationalistische organisatie – werd hij uit zijn professoraat gezet en besloot hij zich aan de kunsten te wijden. Behalve met het schrijven van tangoteksten hield hij zich ook bezig met het maken van films. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Homero_Manzi

Als geen ander heeft Manzi tangoteksten met poëzie verrijkt. Hij was een dichter zonder ooit een gedichtenbundel te publiceren. Zijn poëzie kwam tot uiting in zijn liederen. Zonder zijn dichterlijke gevoelens op te geven werd hij immens populair. Hij nam zijn toevlucht tot metaforen, zelfs surrealistische, maar wel zó, dat ook gewone mensen zijn boodschap begrepen. In zijn teksten gebruikte hij nooit Lunfardo (het slang van Buenos Aires), hoewel zijn werk op een breed publiek gericht was. In tegenstelling tot andere grote auteurs, zijn zijn teksten geen kronieken van een sociale onrechtvaardigheid, noch brengen ze morele boodschappen over. In zijn verzen zijn vaak, net zoals in de tango, zowel verlangen als nostalgie aanwezig. Via dit tweetal schildert Manzi mensen en dingen met tederheid en sympathie. De arme, voorstedelijke wijk is zijn decor. In zijn beroemde tango Sur uit 1948, waarvan de muziek geschreven werd door bandoneonspeler Anibal Troilo, komt de essentie van zijn werk samen: de poëzie van een zuidelijke buitenwijk van Buenos Aires. Bron: https://www.todotango.com/english/artists/biography/68/Homero-Manzi/

Volledige vertaling
Nummer 

Lucas di Giorgio e Cynthia Fattori – Fuimos

Hoe te dansen op de muziek van de verschillende orkesten, dat is de vraag. Van de vier grote orkesten, D’Arienzo, Di Sarli, Troilo en Pugliese, is die van Pugliese misschien het meest uitdagend om op te dansen. Van de overige drie hebben D’Arienzo en Di Sarli elk een duidelijk geluid. De muziek van Troilo is daarentegen heel gelaagd: ritmisch, melodieus en geschakeerd met emoties als een dag met afwisselend donkere wolken, opklaringen en af en toe de zon die doorbreekt. Hoe moet je daar nu op dansen? De afgebeelde video is wat mij betreft geslaagd. De Italianen Lucas di Giorgio en Cynthia Fattori dansen de tango Fuimos. Zo muzikaal als zij op de muziek vanTroilo dansen, heb ik maar weinig gezien. Prachtig. Plaats en tijd: Circolo Gardel, Modena, mei 2019. De muziek die klinkt is uiteraard van het orkest van Anibal Troilo, de stem is van Alberto Marino.

Nummer