Mensaje

Bericht waarmee ik je vertel dat ik je vriend ben, en dat ik met jou de kar trek.

Mensaje heet deze tango, ofwel “Bericht”. Het bericht in kwestie komt van ver: uit de hemel. De tekst geeft een boodschap weer van iemand die niet meer is, die overleden is. De overledene brengt een boodschap over aan een goede vriend. Het bericht is gemengd: houd je bezig met het goede, respecteer de liefde en “Nou verder niets, dat het je goed gaat”. Ondertussen spelen ook ergenissen op. Er is sprake van wandaden, van rancune, van pesterijen: de vriendschap kende blijkbaar keerzijden. Maar de uiteindelijke boodschap van boven is toch dat ze vrienden zijn.

De muziek van deze tango is uit 1951, van Enrique Santos Discépolo. Hij overleed in datzelfde jaar, op 23 december. Het verhaal gaat als volgt verder, aldus Argentina Francesca: “Een paar dagen nadat Discépolo stierf, belde zijn vrouw Tania met de dichter Cátulo Castillo. Ze vertelde hem dat ze de muziek had van een onvoltooide tango van Discépolo. Cátulo bewaarde de tango in een van de zakken van zijn jas en vergat hem meer dan een jaar. Toen hij de muziek weer vond, schaamde hij zich en ging hij slapen. Om vier uur ’s nachts stond hij op en voelde dat iemand hem een tekst dicteerde die perfect paste bij de tango van Discépolo en dat is de tekst van ‘Mensaje’ geworden. Volgens Castillo werd de tekst hem gedicteerd vanuit het graf.” Bron: http://epaleccs.info/el-tango-mensaje/

In de tekst van Mensaje schildert Castillo zichzelf als een lastpak, als een oude brombeer. Dat is natuurlijk een commentaar op zijn eigen persoon, een dubbelzinnig soort zelfkritiek dus. Cátulo Castillo (1906-1975) was een getalenteerd persoon. Op zijn 17e componeerde hij zijn eerste tango, Organito de la tarde. Daarnaast was hij in zijn jeugdjaren ook boxer, lid van de Argentijnse delegatie aan de Olympische Spelen van Parijs in 1924. Hij was docent aan het conservatorium Manuel de Falla in Buenos Aires en later ook directeur. Ook was hij afwisselend secretaris en directeur van de SADAIC, de Argentijnse Buma-Stemra, een voor tangomuzikanten belangrijke organisatie, in 1930 opgericht door onder meer Fresedo, Canaro, Manzi en Discépolo. En hij maakte films: Castillo schreef filmscripts, filmmuziek en soundtracks. Castillo was bevriend met Juan Perón. Toen die in 1955 werd afgezet, werd ook Castillo in de ban gedaan: in de periode 1955-1960 verloor hij al zijn officiële posities én zijn inkomsten uit de muziek, omdat zijn muziek op de radio geboycot werd. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/C%C3%A1tulo_Castillo

Volledige vertaling
Nummer 

Merceditas

Ik hield doldwaas van haar, dus begon ik te begrijpen wat het is om lief te hebben, om te lijden; want ik gaf haar heel mijn hart.

De tango Merceditas is eigenlijk een chamamé, een Argentijnse volksmuzieksoort in driekwartsmaat, maar er is ook een prachtige tangoversie van de hand van Aquiles Roggero van het Orquesta Simbolo “Osmar Maderna”. De tekst is een hartstochtelijk liefdesverdrietlied waarin de tekstdichter zijn liefde voor ene Merceditas bezingt. Hij ontmoette haar op het platteland, in de provincie Santa Fe. De liefde bloeide enthousiast op, maar verdorde daarna weer. Het lied is een nostalgische herinnering aan die liefde, een klacht die zweeft over het platteland. Uit de tekst en uit de prachtige melodie spreekt een groot gevoel van liefde en van berusting en acceptatie, meer dan van liefdesverdriet.

Het liefdesverhaal dat in Merceditas bezongen wordt, is gebaseerd op een daarwerkelijke liefde beleefd door de tekstdichter Ramón Ríos (1913-1995). De Merceditas uit de titel was Mercedes Strickler Khalov (1916-2001). Zij was een jonge boerin die woonde in Humboldt, provincie Santa Fe. In 1939 en de jaren daarna had de auteur met haar een onbeantwoorde liefdesrelatie die de inspiratie vormde voor dit lied. Ríos trouwde, maar werd kort daarna weduwe en had geen kinderen, terwijl Merceditas nooit trouwde. De twee schreven elkaar en enkele tekstregels van “Merceditas” zijn afkomstig uit hun brieven. Toen ze het lied op de radio hoorde, wist Merceditas daarom dat het lied over haar ging. Enkele decennia later ontmoetten Ramón en Mercedes, beiden bejaard, elkaar weer. Vervolgens vroeg hij haar opnieuw, maar ze wees hem nogmaals af. Ze bleven in nauw contact tot de dood van Ríos in 1995. Zijn laatste daad was haar de rechten op het lied na te laten. Ze werd 84 jaar oud met het gevoel dat God haar had gestraft omdat ze hem afgewezen had.

Merceditas is een zeer bekend lied uit de Argentijnse folklore. Het nummer, op het ritme van een chamamé, werd in de jaren ’40 geschreven en opgenomen door Ramón Sixto Ríos, uit Entre Ríos. Het lied werd een enorm nationaal en internationaal succes met de opnames van Ramona Galarza in 1967 en Los Chalchaleros in 1973. Tezamen met “Zamba de mi esperanza” wordt dit lied beschouwd als een van de beroemdste nummers uit de Argentijnse volksmuziek. De tekst is vertaald in negen talen en het nummer is gecoverd door meer dan 90 artiesten uit verschillende delen van de wereld. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Merceditas_(canci%C3%B3n)

Volledige vertaling
Nummer 

Milonga que peina canas

Lang geleden, uit de tijd van de vetkuifen met rozenwater, toen het leven mooi was en een renstal mijn school, werd mijn liefde voor paarden geboren.

Milonga que peina canas is een energieke milonga als ondertitel Milonga turfistica. Zowel titel als ondertitel zijn nogal raadselachtig. Letterlijk vertaald betekent de titel: “Milonga die grijze haren kamt”. Maar peinar canas is Lunfardo (straattaal van Buenos Aires) voor iets dat oud is, iets dat uit vervlogen tijden stamt. Het turfistica uit de ondertitel verwijst naar el turf, oftwel een paardenrenbaan. De vervlogen tijden uit de titel zijn dus die van de paardensport. De tekst haalt herinneringen op aan de renbaan: het geritsel van de jassen van de jockeys, namen van beroemde renpaarden (23 in totaal) en van een beroemde jockey die op de renbaan verongelukte. De tekstdichter verwijst naar zijn eigen grijze manen en denkt met nostalgie terug aan de vele verscheurde gokkaarten die geen geluk brachten. De namen van paarden bouwen een hele wereld op en geven het lied het ritme van een paardenrace.

Paardenrennen vormden in Argentinië rond de jaren ’20 een belangrijk onderdeel van het sociale leven. Meer dan twee dozijn tango’s gaan over paarden en paardensport, onder andere: Bajo Belgrano, Preparáte pa’ el Domingo, Palermo en het beroemde Por una cabeza. Veel van deze liederen werden uitgevoerd door Carlos Gardel, zelf een groot liefhebber van de paardensport.

Volledige vertaling

Carnaval de mi barrio

De jeugdige carnavalsband speelt vals een tango, pijnigt met onstuimige stem onze oren.

Het is feest in de wijk. Het is een wijk (barrio) die niet veel voorstelt: de modder (barro) domineert. Alles wat boven die modder uitkomt, is al reden tot vreugde: een vals spelende carnavalsband, het enthousiasme van de jeugd. Sommige individuen krijgen even een rol: de oude, vermoeide groentenboer die terugdenkt aan het carnaval van het Italië waar hij vandaan komt, een mislukte figuur die onbeschaamd meedoet aan het verkleedfeest en die bij elke voordeur uitgebreid beroddeld wordt. Onderhuids is er verdriet. De zon schijnt en het carnaval zorgt eventjes voor feest, maar de vrolijke rinkelbellen van de muziek verdoven de pijn voor slechts even. De melancholie van armoe en van sombere, maanbeschenen nachten speelt door in dit zonnig/melancholische Carnaval de mi barrio.

Volledige vertaling

La melodia del corazón

De liefde die bloeide, voerde mijn ziel de geur van een romantische boomgaard.

Dit lied, de tango La melodia del Corazón, stroomt over van liefde. Voor de verandering nu eens geen liefdesverdriet, maar liefde in de volle zon, levenslust, romantische boomgaarden en goddelijke vrede. In het begin van het eerste couplet is de tekstdichter nog op zoek, maar in de rest van het lied heeft hij de liefde van zijn leven gevonden, de engelachtige gelaatstrekken van zijn geliefde beheersen vanaf dat moment zijn leven. Zijn hart springt op, juigt en zingt een triomfantelijke melodie: de melodie van zijn hart.

De muziek van deze La melodia del corazón is een up-tempo bewerking van Chopin’s Étude Op. 10, nr. 3, vaak aangeduid met Tristesse (Verdriet) of L’Adieu (Het afscheid). Chopin geloofde zelf dat dit de mooiste melodie was die hij ooit geschreven had. Hoewel deze etude soms wordt aangeduid met de namen “Tristesse” (Verdriet) of “Afscheid (L’Adieu)”, was dit niet de naam gegeven door Chopin, maar eerder door zijn critici. De gedenkwaardige eenvoud van het thema heeft ertoe geleid dat het op grote schaal in verschillende media wordt gebruikt. Het werd beroemd door tal van populaire arrangementen, waaronder dus deze romantische tango-versie. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/%C3%89tude_Op.10,_No._3(Chopin)

Volledige vertaling

Con los amigos

Door de machtige invloed van mijn portemonnee genoot iedereen van schitterende luxe, maar mijn moeder, nee, die niet.

Con los amigo is een swingende wals. Afgaand op alleen de vrolijke muziek zou je niet vermoeden waar de tekst om gaat: om een zoon die zijn moeder helemaal vergeet (maar zij hem niet). In de eerste coupletten viert de zoon uitbundig feest met de vrienden die op zijn zak teren. Maar zijn moeder, die feest niet mee. In het derde en vierde couplet begeeft de gezondheid van de tekstdichter het. Zijn vrienden laten hem in de steek, alleen zijn moeder, die niet. En als hij zijn laatste adem uitblaast, ook dan is zijn moeder bij hem.

Dit lied staat bekend onder twee verschillende titels: Con los amigos en A mi madre. Beide frasen komen voor in de tekst. Tangos die bekend staan onder twee titels zijn er wel meer. Vaak heeft dat te maken met de censuur van de rechts-militaire dictatuur, die in de jaren 1943-1949 bepaalde titels verbood, waarna een nieuwe titel bedacht moest worden. In dit geval gaat hem om een ander soort censuur. Dit nummer stamt uit 1918, uit de ruige begintijd van de tango. In dezelfde tijd werd de tango immens populair in Parijs, waarna de jongemannen uit de gegoede klasse (de zogenaamde niños bien) de tango meenamen uit Parijs en die in Buenos Aires salonfähig maakten. Maar dan moest de titel ook aanvaardbaar zijn voor de gegoede klasse. Zo zal Con los amigos mogelijk veranderd zijn in A mi madre.

Volledige vertaling
Nummer 

Tal vez será mi alcohol

Het is donker op de dansvloer en onbedoeld vormen zich schaduwen, die Griseta oproepen, Malena, Maria Esther.

Een tango binnen de tango, dat is deze Tal vez será mi alcohol. In de tekst bevinden we ons in een donkere tangosalon. De schaduwen roepen vrouwspersonen uit andere tango’s op, onder andere Griseta en Malena. Er speelt droevige tangomuziek: een bandeneon, een hartverscheurende viool, een snikkende stem. De tekstdichter, gevoelig als hij is voor al deze indrukken, herinnert zich daardoor, of misschien wel door de alcohol, de stem van een geliefde. Zij is niet meer, ze was opeens vertrokken, maar de tekstdichter kan niet anders dan aan haar denken, vooral als de sombere schaduwen van de tango haar oproepen. Prachtig hoe de sfeer van een tangosalon en de treurige muziek verbonden wordt met een herinnering én de verwarring van de hoofdpersoon. Want was het nu de muziek of de alcohol, dat hij haar stem hoorde? Deze tekst uit 1943 verwijst naar andere bekende tango’s: Griseta uit 1924, Malena uit 1942 en de wals Maria Esther (1943 of eerder).

Deze tango van Demare en Manzi stamt uit het voorjaar van 1943. Het nummer werd meteen, 6 mei 1943, opgenomen door het orkest van Lucio Demare met de stem van Raúl Berón. Een kleine maand later, 4 juni 1943, kwam de rechts-militaire regering van Pablo Ramirez aan de macht, waarvan Juan Perón onderminister was en in 1945 de gekozen president werd. Met de rechts-militaire dictatuur kwam ook de censuur, en die censuur keurde af: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcoholgebruik en dronkenschap en “alles wat als negatief voor de taal of het land kon worden opgevat”. De tango Tal vez será mi alcohol was meteen de klos. De titel werd Tal vez sera tu voz (naar een regel uit het lied), de verwijzingen naar alcohol in de tekst werden aangepast, de fueye (blaasbalg oftewel bandoneon) werd een piano. Nog datzelfde jaar, 13 september 1943, werd de gecensureerde versie nogmaals opgenomen door Demare/Berón. Dat is de versie die in de salon het meest gedraaid wordt. Ook de uitvoering van Troilo/Marino uit datzelfde jaar is de gecensureerde versie.

Volledige vertaling

Sentimiento gaucho

Een man kan uit jaloezie zelfmoord plegen, maar het is hem vergeven als het gaat om de hartstochtelijke liefde voor een vrouw.

Deze Sentimiento gaucho is een tango uit 1924, van de hand van de gebroeders Rafael en Francisco Canaro. De tekst is een verhaal in een verhaal. In het eerste couplet bevinden we ons in een duister, tochtig pakhuis waar zwervers onderdak vinden. In een van de donkere hoeken bevindt zich een dronkaard, en die vertelt de tekstdichter zijn geschiedenis die in de volgende twee coupletten uit de doeken wordt gedaan. Die geschiedenis betreft een geliefde die vertrok naar een andere man. De verteller, de aan lager wal geraakte dronkenlap, blijft onthutst achter. Hij hield oprecht van de dame in kwestie, het was de liefde van zijn leven. Hij gunt haar een nieuw leven, maar zijn liefde voor haar was zo sterk, zo krachtig dat hij wel zelfmoord had kunnen plegen. Maar het werd dus een bestaan als dakloze…

In 1924 schreef het platenlabel Nacional een wedstrijd uit voor componisten. De ingeleverde tango’s werden in de bioscoop Grand Splendid uitgevoerd door het orkest van Roberto Firpo — instrumentaal, want het ging om de muziek. Het publiek mocht in verschillende rondes stemmen, en uiteraard werden er ook pogingen gedaan om de zaak te bedriegen. Eerste werd uiteindelijk de tango Sentimiento gaucho van de gebroeders Canaro, tweede Pa que te acordés van Lomuto, derde Organito de la tarde van Firpo. De tango Sentimiento gaucho had aanvankelijk geen tekst, die werd pas een jaar later toegevoegd.

Sentimiento gaucho viel in 1943 ten prooi aan de censuur. Want zo’n haveloze dronkaard, dat kon natuurlijk niet. Evenmin de liefdescapriolen van de geliefde die valt voor de verleidingskunsten van een ander, ook dat werd als immoreel beschouwd. De tekst werd op een aantal plekken aangepast. In 1947 werd het nummer in gecensureerde vorm opgenomen door het orkest van Francisco Canaro, met Nelly Omar als zangeres. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Sentimiento_gaucho

Volledige vertaling

Oro y plata

Ik zeg dat het een schat is, je hart van zilver en goud.

In de muziek van elke candombe hoor je trommels kloppen, maar in deze candombe domineren de drums ook de tékst. Het lied gaat over een mulattin die haar geliefde, een arme zwarte man, in de steek laat voor goud en zilver. Er komt een mulat om de hoek kijken die haar, mulattin gekleed in tule en zijde, verleidt met een aquamarijnen broche en een zilveren sterling. Zij valt voor het goud en het zilver. De bruine man, sigaarrokend en met gesteven boord, neemt haar mee en de zwarte man achter zijn trommels heeft het nakijken. Hij blijft achter en trommelt door, met zijn gouden liefdeshart vol van verdriet.

Volledige vertaling
Nummer 

El bulín de la calle Ayacucho

De primus liet me er niet in de steek met het water dat hij opwarmde, en warm water hebbend was de mate er de baas.

Nostalgisch lied vol van herinneringen, dit El bulín de la calle Ayacucho. Een bulín is een optrekje ter grootte van een kamer dat eermaals in Buenos Aires door jongemannen gebruikt werd als hangplek, als verzamelplek voor vrienden, waar gegeten werd en geslapen, gegokt en gedobbeld, waar mate (een bittere thee) werd gedronken en waar muziek werd gemaakt. De tekstdichter denkt er met nostalgie aan terug. Maar wat was, is niet meer: er was een vriendinnetje dat verdween. De dichter blijft bitter en teleurgesteld achter en komt zijn bed niet meer uit. En de bulin die hij huurde aan de Azacucho-straat, die blijft leeg en verwaarloosd achter.

Het huis (casa, bulín, casita, conventillo, cotorro, cuarto, et cetera) is het onderwerp van verschillende tango’s, soms als decor en andere direct als onderwerp. Een casa verwijst over het algemeen naar de kindertijd, het gezin, het huis, terwijl bulín of cotorro verwijzen naar onafhankelijkheid, seksualiteit, eenzaamheid of volwassenheid. Over de bulín van deze tango, die aan calle Ayacucho 1443, schreef José Servidio: “Het was een kleine kamer waaraan zelfs de muizen niet ontbraken. Elke vrijdag kwamen Juan Fulginiti, de zanger Martino, de zanger Paganini, Nunziatta, ook een zanger, Sola “de Magere”, zanger, gitarist en bevoorrechtte zuipschuit, en ik. Ciacia kookte altijd een stoofpot. In de bulín stond een koekenpan en een kookpot . Met dronk mate, men kletste. Zoals ik al zei, liep daar af en toe ook een muis rond. De bijeenkomsten in de bulín op Ayacucho-straat duurden min of meer tot eind 1921. Toen El Cele (auteur van El bulín de la calle Ayacucho) trouwde, eindigden deze bijeenkomsten.” De onderhevige bulín aan de Ayacucho-straat 1443 in Buenos Aires werd eind jaren twintig gesloopt.

In 1943 werd El bulín de la calle Ayacucho slachtoffer van de censuur die het nieuwe militaire bewind ingevoerde. Vanaf dat moment was verboden: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcohol en dronkenschap en “elke willekeurige verwijzing die als negatief of immoreel kon worden opgevat voor de taal of het land”. Vanwege het vele Lunfardo dat in de tekst voorkwam, moest El Negro Cele (de tekstdichter Celedonio Flores) de tekst herzien. Het resultaat was een maar al te brave versie met de nieuwe titel Mi cuartito. In 1949, na een audiëntie bij president Peron, werd de censuur opgeheven, of beter gezegd verlicht, want in zekere zin bleef de censuur gewoon bestaan. In de praktijk deed men veel aan zelfcensuur. In 1952 kwam de SADAIC (de Buma/Stemra van Argentinië) met de overheid een lijst overeen van liedjes die niet uitgezonden mochten worden. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/El_bul%C3%ADn_de_la_calle_Ayacucho

Volledige vertaling

Los mareados

Vandaag wordt je onderdeel van mijn verleden, vandaag slaan we nieuwe wegen in. Hoe groot was onze liefde en toch, helaas, kijk wat er over is!

Een prachtige tango met een prachtige tekst, deze Los mareados, oftewel “De beschonkenen”. In de tekst zeggen twee geliefden elkaar voor het laatst gedag. Ze nemen afscheid op een wel heel ludieke manier: door diep in het glaasje te kijken. Eén laatste dronkenschap, en dan is het over, voorbij. In het eerste couplet is zij al flink aangeschoten, maar in het tweede couplet doet hij net zo hard mee. Het derde couplet bevat de beroemde regel: Hoy vas a entrar en mi pasado, oftwel “Vandaag stap jij in mijn verleden”. Bedoeld wordt dat de geliefde vanaf dat moment verleden tijd wordt, dat ieder een eigen weg inslaat, zonder de ander.

De muziek van deze tango is van Juan Carlos Cobián en stamt uit 1922. De oorspronkelijke titel was Los dopados. Een instrumentale versie werd in datzelfde jaar opgenomen door Osvaldo Fresedo. In 1924 nam componist Cobián het nummer op met een tekst van Raúl Doblas. Twintig jaar later kende Anibal Troilo blijkbaar alleen de instrumentale versie van Fresedo en liet er een nieuwe tekst op schrijven door Enrique Cadícamo. Dat werd de tango Los mareados. Troilo nam op 15 juni 1942 het nummer op met de stem van Francisco Fiorentino. Het derde couplet bevatte de beroemde regel Hoy vas a entrar en mi pasado. Deze regel heeft Cadícamo mogelijk ontleend aan de Franse dichter Paul Géraldy, die in 1912 Toi et moi publiceerde, een bundel met romantische gedichten geïnspireerd door zijn grote liefde, de operazangeres Germaine Lubin. Eén van die gedichten, getiteld “Finale”, waarvan het thema de scheiding van twee geliefden is, heeft een regel waarin de man tegen de vrouw zegt: Ainsi, déjà, tu vas entrer dans mon passé.

In de versie van Troilo en Cadícamo werd Los Mareados een hit, maar die was helaas geen lang leven beschoren. Een jaar ná de opname van Troilo werd Los mareados door de censuur verboden. Dat was in 1943. De nieuwe militaire regering censureerde namelijk: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcohol en dronkenschap en alles wat als immoreel of negatief voor de taal of het land opgevat kon worden. Vanwege de expliciete dronkenschap moest Los mareados herschreven worden. De titel werd: En mi pasado. Het laatste couplet bleef nog redelijk overeind, maar de eerste twee coupletten werden totaal herschreven en kregen een keurig burgerlijk sausje, bleek, slap en smakeloos. In 1949 werd de censuur verlicht en kon de tango weer onder zijn oorspronkelijke titel opgevoerd worden. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Los_mareados

Volledige vertaling
Nummer 

Palomita blanca

Niets troost me, altijd maar verder te moeten gaan, mij zonder haar te weten. Mijn stappen gaan vooruit en achteruit mijn hart.

Walsjes klinken altijd vrolijk, met name om te dansen. Maar zo vrolijk als de muziek van deze Palomita blanca klinkt, zo treurig is de tekst die overstroomt van liefdesverdriet. De tekstdichter is verlaten, niets troost hem, de liefde is over en de geliefde ver weg. Stiekem droomt hij van haar, denkt haar naast zich, luistert naar haar. Hij denkt aan de laatste ontmoeting, aan de steeds kleiner wordende zakdoek waarmee ze ten afscheid wuifde. Het refrein voert de palomita blanco uit de titel op, een kleine witte duif die boodschapper is van zijn liefdesverlangen. In de lucht ziet hij de duif voor haar een boodschap schrijven: “hij vergeet je nooit, hij denkt alleen aan jou”.

De componist van dit nummer was de bandoneonist Anselmo Alfredo Aieta, die vooral actief was in de periode 1910-1925, die van de Guardia Vieja. Als componist was de niet-academisch geschoolde Aieta (1896-1964) zeer productief met meer dan honderdzestig nummers, maar hij was ook succesvol als orkestleider. Van 1919 tot 1923 speelde hij in het orkest van Francisco Canaro, maar hij begon tezelfdertijd ook een eigen orkest dat in verschillende bezettingen soms op drie of vier plaatsen tegelijkertijd speelde. In zijn orkest speelden onder andere Juan D’Arienzo (viool), Angel D’Agostino (piano), Gabriel Clausi (bandoneon) en Carlos Dante (zang). In veel van zijn composities, en ook in deze Palomita blanca uit 1929, werkte Aieta samen met de jonge tekstdichter Francisco García Jiménez (1899-1983). Bron: https://www.todotango.com/english/artists/biography/1017/Anselmo-Aieta/

Volledige vertaling
Nummer 

Yira, yira

Zelfs als je leven in elkaar stort, zelfs je als een pijn verbijt, verwacht nooit hulp, geen hand, geen gunst.

De tango Yira, yira heeft een inktzwarte tekst. De coupletten beschrijven iemand die door het leven in de steek is gelaten: iemand die geen geluk heeft, geen geld, geen eten, geen dak. En erger nog, ook geen vrienden. De tekst trekt bittere conclusies: waar je aanbelt — om in de armen van een vriend te kunnen sterven — wordt niet open gedaan, en waar je ineenstort, staan de mensen om je heen klaar om de kleren te passen die je zult achterlaten. Het credo is: verwacht geen helpende hand, geen gunst, van niemand niet. Alles is een leugen, nergens is liefde, de wereld geeft nergens om. Het Yira, yira uit de titel is de zeer meerduidige conclusie, want die zegt i) dat de wereld zinloos blijft “doormalen”, ii) dat het geluk, dat hem zo in de steek heeft gelaten, blijft “doortippelen” en c) dat “doelloos ronddolen” het enige is wat de dakloze overblijft.

Zowel de tekst als de muziek van dit lied is geschreven door Enrique Santos Discépolo, schrijver, acteur en filmregisseur. De tango Yira, yira is een van zijn vele maatschappijkritische teksten, geschreven in 1929 en opgenomen in 1930. Het lied is een portret van Argentinë en Buenos Aires ten tijde van de Great Depression.

In de periode 1943-1949 had Yira, yira te lijden van de censuur opgelegd door de regering Péron. De titel kon niet door de beugel, die werd Camina, camina, “Wandel, wandel”. Ook de coupletten moesten anders, vanwege het vele Lunfardo, het slang van Buenos Aires.

Gek genoeg verbond Discépolo zich actief met de corporatistische politiek van Péron, die onder meer de vakbonden een sterke rol gaf. Zijn peronistische activisme, onder meer op de radio, isoleerde Discépolo steeds verder. Hij werd openlijk tegengewerkt. Aan dat sociale isolement ging Discépolo ten onder, hij stierf in 1951, eenzaam en alleen zoals het personage in Yira, yira. Bron: https://www.todotango.com/historias/cronica/422/Discepolo-y-la-politica:-%C2%ABVeras-que-todo-es-mentira%C2%BB/

Volledige vertaling
Nummer 

Mano a mano

Vandaag ben je een geslaagde dame, het leven lacht en zingt je toe, je verkwist makkelijk het geld van de sufferds, net zoals een sluwe kat met muizen speelt.

Bij de titel van deze tango, Mano a mano, ligt de vertaling “Hand in hand” voor de hand. Maar dat klopt niet, want het gaat hier om quedar mano a mano en dat betekent “Kiet staan”. Kiet staan, dat slaat in dit lied op de complexe relatie tussen de tekstdichter en zijn geliefde. Ze zijn elkaar niets meer verschuldigd, dus staan ze kiet. Ooit, in een vroeger leven van armoe en ellende hadden de twee iets met elkaar, maar dat is over en uit. Nu is zij verslaafd aan de glam en glitter van de milonga, aan de rijke vriendjes die haar onderhouden. De tekstdichter van zijn kant denkt vooruit, hij speculeert op het aflopen van haar houdbaarheidstermijn. Wanneer die voorbij is, in een toekomstig leven dus, hoopt hij haar alsnog bij te kunnen staan met raad en daad.

Deze beroemde tango werd in 1920 geschreven door Celedonio “El Negro Cele” Flores (1896-1949). El Cele werd geboren in de stad Buenos Aires, in de wijk Villa Crespo, voornamelijk bewoond door creolen en immigranten van verschillende afkomst. In de jaren twintig was hij een zeer populaire dichter en tekstschrijver. Zijn tango’s, vaak sentimenteel en moraliserend in de beschrijvingen van zijn personages bevatten veel Lunfardo, het lokale jargon van de Río de la Plata-regio. Zijn meest creatieve fase duurde tot het begin van de jaren dertig. Gardel nam eenentwintig nummers op van Celedonio, waaronder een van de grootste hits uit zijn hele carrière: “Mano a mano”.

De tekst van Mano a mano is dubbelzinnig, niet alleen door het vele Lunfardo (het slang van Buenos Aires), maar ook en met name door het zinnetje: Es una buena mujer: “Zij is een goede vrouw”. Dit zinnetje zou zowel serieus opgevat kunnen worden (en dan houdt de tekstdichter oprecht van de flierefluitster uit het lied), maar ook cynisch (en dan laat hij haar helemaal vallen). De muziek is van Carlos Gardel en José Razzano. Gardel nam het lied in 1923 voor het eerst op. Daarna volgden vele opnamen, van onder andere: Canaro, Lomuto, De Angelis, Edmundo Rivero, Julio Sosa, Roberto Goyeneche en Adriana Varela.

In 1943 viel dit lied ten prooi aan de censuur. Het zeer aanwezige en dubbelzinnige Lunfardo was uit den boze, maar ook het lichtzinnige leven van de flierefluitster kon niet door de beugel. Onder de censuur viel namelijk: Lunfardo, dronkenschap en “alles wat als immoreel of negatief kon worden opgevat worden voor het land of de taal”. De hele tekst ging op de schop. De gecensueerde versie, een bloedeloze schim van de oorspronkelijke tekst werd in 1944 opgenomen door het orkest van Lomuto. Gek genoeg is de versie van De Angelis uit 1946 de originele, ongecensureerde versie, terwijl de censuur pas in 1949 werd afgeschaft/verlicht.

Volledige vertaling & gecensureerde versie
Nummer 

Chacarera del violin

Telesita brandt in het vuur, eindeloos dansend, laat het arme ding dansen, altijd zal voor haar de viool huilen.

Dit lied, een chacarera, is afkomstig uit Santiago del Estero, een provincie in het noordoosten van Argentinië. De muziek wordt gedomineerd door een uitnodigende, jammerende en huilende viool. In de tekst is het een arme man die de viool bespeelt. Hij speelt een chacarera en met die chacarera hoopt hij de Telesita op te roepen. De Telesita is een mythische figuur uit de cultuur van Santiago del Estero, een vrouwspersoon die graag en veel danste, maar die ooit tragisch is omgekomen, in een brand. In de tekst klinkt verdriet door om de dood van La Telesita en de hoop haar en haar vurige dans weer op te kunnen roepen.

Telesita of La Telesita is de naam waaronder Telésfora Castillo of Telésfora Santillán bekend stond, een jonge Argentijnse uit de provincie Santiago del Estero, bekend om haar liefde voor de dans. Zij verbrandde in de tweede helft van de 19e eeuw. Na haar dood werd zij door mongelinge overlevering tot een mythische figuur, een mythisch wezen. De legende van de Telesita behoort tot de Santiago-folklore en heeft een groot aantal liederen, gedichten en verhalen geïnspireerd, waaronder de chacarera La Telesita en deze Chacarera del violin.

Het bestaan ​​van de Telesita is legendarisch. La Telesita zou het enige kind zijn geweest van zeer rijke ouders. Beide ouders stierven en het meisje raakte niet goed bij haar hoofd. Ze begon alles weg te geven, alles wat ze had, de gouden en zilveren kleding, de hacienda die ze had. En zij begon te zingen en te dansen. Soms kwam zij naar de huizen en gaven ze haar te eten. Ze liep de feesten af, waar ze waarzegster was en danste. Iedereen had medelijden met haar. Alle versies zijn het erover eens dat Telesita is verbrand, maar de omstandigheden en de manier waarop lopen sterk uiteen. Een van de meest wijdverbreide verhalen beweert dat zij stierf doordat zij heel dicht bij het vuur in slaap viel terwijl zij zichzelf tegen de kou probeerde te beschermen. Een andere versie vertelt dat ze verbrandde tijdens een dans, toen haar kleren vlam vatten door contact met het vuur. Ten slotte is er ook de versie dat Telesita zou zijn getroffen door de bliksem die haar in brand stak en dat toen ze haar toevlucht zocht op haar ranch, die ook in brand vloog.

Een telesiade is een ceremonie waarbij La Telesita aangeroepen wordt. Iemand, de “beloftemaker”, probeert om een ​​bepaalde gunst van de heilige te verkrijgen. Deze bereidt een soort brood in de vorm van een engel en ter grootte van een kind, dat de geest van de Telesita vertegenwoordigt en dat op een tafel in het midden van de patio zal blijven liggen, bedekt met een wit tafelkleed en omringd door kaarsen en bloemen. Deelnemers moeten authentieke toewijding en een oprechte intentie hebben om de belofte waar te maken, door middel van muziek, dans en de consumptie van alcoholische dranken. De telesiada begint altijd met het dansen van zeven chacarera’s achter elkaar en aan het einde van elk moet iedereen een glas alcohol drinken. Het dansen gaat door totdat de organistor is uitgeput, waarna het ritueel is voltooid. Dan worden de kaarsen gedoofd en een uitverkoren jonge vrouw pakt de engel, maakt hem los en verdeelt hem onder de deelnemers, die ze opeten met een slok alcohol. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Telesita

Volledige vertaling

Fuimos

Wij waren de hoop die geen werkelijkheid werd, die geen glimp van zijn zachtmoedige middag kon opvangen.

Wat een prachtige tekst heeft deze tango Fuimos, oftewel: “We waren”. En wat een práchtige opbouw. Het is bijna een lesje Spaanse grammatica. Het eerste couplet begint met Fui, “Ik was”, het tweede met Fuiste, “Jij was” en de resterende coupletten beginnen steeds met Fuimos, “Wij waren”. Ook de taal is prachtig. De tekst stroomt over van vergelijkingen die allemaal liefdesverdriet betreffen: regens van as en vermoeidheid, gemorste druppels azijn op wonden, liefdeshoop die geen glimp van zijn zachtmoedige middag kan opvangen. De tekstdichter is afgewezen en zijn wereld is ingestort. Het resultaat is desolaat liefdesverdriet dat wordt beschreven in prachtige beelden, de ene vergelijking na de andere. Je zou er bijna zelf bij neerstorten…

De tekst van deze Fuimos is van Homero Nicolás Manzione Prestera (1907-1951). Homero Manzi was een Argentijnse tangotekstschrijver, auteur van verschillende beroemde tango’s, zo’n 150 in totaal. Hij werd geboren in Añatuya, in provincie Santiago del Estero. Manzi was al van jongs af aan geïnteresseerd in literatuur en tango. Na een korte periode in de journalistiek werkte hij als literatuurprofessor en professor Spaans. Om politieke redenen – hij was lid van een volkerennationalistische organisatie – werd hij uit zijn professoraat gezet en besloot hij zich aan de kunsten te wijden. Behalve met het schrijven van tangoteksten hield hij zich ook bezig met het maken van films. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Homero_Manzi

Als geen ander heeft Manzi tangoteksten met poëzie verrijkt. Hij was een dichter zonder ooit een gedichtenbundel te publiceren. Zijn poëzie kwam tot uiting in zijn liederen. Zonder zijn dichterlijke gevoelens op te geven werd hij immens populair. Hij nam zijn toevlucht tot metaforen, zelfs surrealistische, maar wel zó, dat ook gewone mensen zijn boodschap begrepen. In zijn teksten gebruikte hij nooit Lunfardo (het slang van Buenos Aires), hoewel zijn werk op een breed publiek gericht was. In tegenstelling tot andere grote auteurs, zijn zijn teksten geen kronieken van een sociale onrechtvaardigheid, noch brengen ze morele boodschappen over. In zijn verzen zijn vaak, net zoals in de tango, zowel verlangen als nostalgie aanwezig. Via dit tweetal schildert Manzi mensen en dingen met tederheid en sympathie. De arme, voorstedelijke wijk is zijn decor. In zijn beroemde tango Sur uit 1948, waarvan de muziek geschreven werd door bandoneonspeler Anibal Troilo, komt de essentie van zijn werk samen: de poëzie van een zuidelijke buitenwijk van Buenos Aires. Bron: https://www.todotango.com/english/artists/biography/68/Homero-Manzi/

Volledige vertaling
Nummer