La bruja

De heks, een hoop grillen die mij slaaf tot maakte is nu een landschap bedekt met afgrijzen.

La bruja is een tango die klinkt als een kreet: geen liefdeskreet, meer een liefdesklácht. La bruja betekent “heks”. In de tekst is de heks een voormalig geliefde waarvan de tekstdichter zich heeft afgekeerd. Voorheen was hij nog in de ban van haar grillen, maar dat is over, de betovering is verbroken. De dichter is deze liefdesrelatie ontstegen en belooft zich te wijden aan het eenvoudige en eerlijke leven: wie weet sticht hij ooit nog een gewoon gezin. Tegen die tijd hoopt hij ook de herinnering aan haar kwijt te zijn, hoopt hij dat zij niet meer is dan “een stukje winter bedekt met kwaad, een restant van het leven, een kleine oprisping”.

Orquesta Juan D’Arienzo canta Mario Buston, La bruja, 1959

La bruja

Ahogando este grito
que sube del pecho,
y llega a los labios carga’o de rencor,
yo vuelvo a tu lado, atadas las manos,
pero pa’ decirte que todo acabó,

Que ya no me importa
tu risa o tu llanto,
que a fuerza de coraje
vencí al corazón,
y que hoy como nunca
mirándote cerca,
te veo realmente, así como sos:

La bruja
que ayer fue la reina
de todo mi ser,
hoy, roto el encanto,
no es más que mujer.

La bruja,
montón de caprichos
que me esclavizó,
hoy es un paisaje cubierto de horror.

Me entrego a la vida sencilla y honrada,
me entrego a un cariño que es noble y leal,
y puede que un día, curada mi alma,
a fuerza de hombría levante un hogar.

Entonces, acaso, me habré redimido,
y vos, para entonces, quién sabe si sos,
un cacho de invierno cubierto de males,
un resto de vida, un poco de tos.

La bruja (De heks)

De schreeuw smorend
die vanuit mijn borst opstijgt
en die vol wrok mijn lippen bereikt, keer ik terug naar jouw zijde, mijn handen gebonden, maar om je te vertellen dat het allemaal voorbij is,

dat je lach of je traan
me niet meer kan schelen,
dat ik met moed
mijn hart overwon,
en dat ik als nooit tevoren
van dichtbij naar je kijkend
je zie zoals je werkelijk bent:

de heks
die gisteren de koningin
van mijn hele wezen was,
en die nu, de betovering verbroken,
niet meer is dan een vrouw.

De heks,
een hoop grillen
die mij tot slaaf maakte
is nu een landschap bedekt met afgrijzen.

Ik wijd me aan het simpele en eerlijke leven,
ik wijd me aan een liefde die nobel en loyaal is, en wellicht zal ik op een dag, mijn ziel hersteld,
met mijn mannelijkheid een huis stichten.

Dan, misschien, zal ik mezelf verlost hebben,
en jij, tegen die tijd, wie weet ben jij,
een stuk winter bedekt met kwaad, een overblijfsel van het leven, een kleine oprisping.

Bronnen
https://poesiadegotan.com/2009/09/22/la-bruja-1938/
http://tangoallison.squarespace.com/blog/2019/10/19/la-bruja




Nummer 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *