Mañana zarpa un barco

De tango, bevriende haven waar de illusie ankert.

Melancholisch lied van de zeeman die dansend in de havenplaats weet dat hij ‘s morgens moet vertrekken. Hij geniet van zijn tijd aan wal:Laten we dansen tot de echo van de laatste maat, morgen hijsen we het anker, misschien kom ik niet meer terug”. Zijn meisje huilt. Hij, de zeeman, heeft geen idee waarom. “Laten we dansen, laten we vergeten”, zegt hij. Terug op zee droomt hij ‘s nachts weer van de tango. In het maanlicht liegt het ritme van de golven hem de maat.

Orquesta Lucio Demare canta Juan Carlos Miranda, Mañana zarpa un barco, 1942

Mañana zarpo un barco

Riberas que no cambian tocamos al anclar.
Cien puertos nos regalan la música del mar.
Muchachas de ojos tristes nos vienen a esperar
y el gusto de las copas parece siempre igual.

Tan solo aquí en tu puerto se alegra el corazón.
Riachuelo donde sangra la voz del bandoneón.
Bailemos hasta el eco del último compás,
mañana zarpa un barco, tal vez no vuelva más.

Qué bien se baila
sobre la tierra firme.
Mañana al alba
tenemos que zarpar.
La noche es larga,
no quiero que estés triste.
Muchacha, vamos,
no sé por qué llorás.

Diré tu nombre
cuando me encuentre lejos.
Tendré un recuerdo
para contarle al mar.
La noche es larga,
no quiero que estés triste.
Muchacha, vamos,
no sé por qué llorás.

Dos meses en un barco viajó mi corazón.
Dos meses añorando la voz del bandoneón.
El tango es puerto amigo donde ancla la ilusión.
Al ritmo de su danza se hamaca la emoción.

De noche, con la luna, soñando sobre el mar
el ritmo de las olas me miente su compás.
Bailemos este tango, no quiero recordar.
Mañana zarpa un barco, tal vez no vuelva más.

Morgen hijsen we het anker

We ankeren aan steeds dezelfde kusten.
Honderd havens geven ons de muziek van de zee. Droef-ogige meisjes begroeten ons hoopvol
en de drank smaakt overal hetzelfde.

Alleen hier in jouw haven ben ik blij, plek waar de stem van de bandoneon bloedt. Kom dans tot de echo van de laatste maat, morgen hijsen we het anker, misschien keer ik niet meer weerom.

Hoe heerlijk om te dansen
op het vaste land.
Bij het ochtendgloren
lichten wij het anker.
De nacht is lang,
Ik wil niet dat je verdrietig bent.
Meisje, kom,
ik weet niet waarom je huilt.

Als ik ver weg ben
zal ik je naam zal ik zeggen.
Ik heb een herinnering
om aan de zee te vertellen.
De nacht is lang,
Ik wil niet dat je verdrietig bent.
Meisje, kom,
Ik weet niet waarom je huilt.

Twee maanden op een boot reisde mijn hart, verlangend naar de stem van de bandoneon.
De tango, bevriende haven waar de illusie ankert,
het gevoel golft op het ritme van haar dans.

‘s Nachts, dromend op zee in het maanlicht
liegt het ritme van de golven me de maat.
Laten we dansen, laten we vergeten. Morgen varen we uit, misschien keer ik nooit weerom.

Bronnen
http://www.planet-tango.com/lyrics/zarpaun.htm
Joep à Campo, Tango, Lied van Buenos Aires, ArtScape | ArteVista, 2013

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *