Marión

Wat mij nu rest is de ochtendstond van je geur en het geparfumeerde gemurmel van de afstand tussen ons.

In dit lied draait het om liefdesverdriet, liefdesverdriet om een jeugdliefde uit Parijs. Zij heette Marion en zo heet ook de tango van Luis Rubistein die aan haar gewijd is. De liefde was zoet, net zoals de herinnering eraan: haar geur was als de ochtendstond, helder en fris. De liefdesgeschiedenis kent evenwel droevige afloop. Wie of wat daaraan schuld heeft, zegt het lied niet, maar het afscheid was smartelijk. Dit kleurt de herinneringen van de zanger, die zijn voor hem schaduwen uit een grijs verleden.

Luis Rubistein was een zeer productieve songwriter/impressario van joodse afkomst. Zijn ouders en drie zussen kwamen uit Yekaterinoslav, een Oekraïnse stad ten zuiden van Kiev gelegen aan de Dnjepr, tegenwoordig Dnipro geheten. Om het opkomende anti-semitisme te ontvluchten emigreerde zijn familie in 1906 naar Argentinië, waar nog zeven kinderen geboren werden. Luis, geboren in 1908, was daarvan de tweede. In Argentinië verdween de tussen-n uit de achternaam van zijn familie (oorspronkelijk “Rubinstein”). Luis was geen bankzitter: hij werd al jong van school gestuurd, zijn middelbare school maakte hij nooit af. Hij werd journalist, was zelfs even zanger, maar groeide, alhoewel hij dik was en stotterde, uit een onvermoeibare ondernemer in de lokale radio- en filmbusiness. Zijn teksten blinken niet uit door hun diepgang (ook niet die van Marión). Desalniettemin is Rubistein single- of co-auteur van vele bekende tangos, waaronder Tarde gris (uitgevoerd door Carlos Gardel), Carnaval de mi barrio, Charlemos, Cuatro palabras, Si tu quisieras, Ya sale el tren, Nada más, Ya lo ves en De antaño (een milonga). In 1942 schreef hij de tango Yánkele (“Mi muchacho”), waarin een Joodse moeder haar kind toezingt en vraagt om midden van “esta vida horrible y atroz” (dit vreselijke en wrede leven) een eind te maken aan haar lijdensweg. In 1943 moest Luis Rubinstein zijn creatieve werkzaamheden stilleggen als gevolg van de rechtse dictatuur die toen aan de macht kwam.

Orquesta Miguel Caló canta Raúl Iriarte, Marión, 1943

Marión

En la evocación
vuelve a soñar
mi corazón,
y el sueño eres tú, Marión…
Amor de mi juventud
que no se olvida.
Amor que llena de luz
toda mi vida.
Sombras del ayer,
con su tristeza de canción
siempre me dirán: Marión…

Marión,
sé que a tu lado fui feliz
cuando te di mi corazón
en el viejo París.
Recuerdo
la angustia del adiós
y el cielo
llorando por los dos…
Marión,
amor lejano que dejé,
quiero que sepas, corazón,
que jamás te olvidé.

Sueño de París
que se enredó con la emoción
de tu amor sin fin, Marión…
Hoy sólo queda el albor
de tu fragancia
y el perfumado rumor
de la distancia.
Sombras del ayer,
con tono gris de evocación
siempre me dirán: Marión.

Marion

In mijn herinnering
droomt
mijn hart opnieuw,
en de droom ben jij, Marion…
Jeugdliefde
die men niet licht vergeet.
Liefde die mijn hele leven
vult met licht.
Schaduwen uit het verleden
zeggen met hun droevige verhaal
mij steeds: Marion….

Marion,
toen ik jou in het oude Parijs
mijn hart gaf, weet ik
dat ik gelukkig was aan jouw zijde.
Ik herinner me
ons smartelijke afscheid
en de hemel
die voor ons beiden huilde…
Marion,
verre liefde die ik achterliet,
ik wil dat je weet, mijn schat,
dat ik je nooit zal vergeten.

Droom van Parijs
vermengd met het gevoel
van jouw eindeloze liefde, Marion…
Wat nu rest is de ochtendstond
van je geur
en het geparfumeerde gemurmel
van de afstand tussen ons.
Schaduwen uit het verleden,
zeggen met hun grijze herinnering
mij steeds: Marion.

Bronnen
https://thesleepmeister.typepad.com/tango_decoder/2015/01/marion-paris-past-passion-persists.html
https://www.todotango.com/english/artists/biography/56/Luis-Rubistein/
http://tangosalbardo.blogspot.com/2019/05/luis-rubistein.html



Nummer 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.