No hay tierra como la mía – Martín López Leiton y Gonzalo Galván

Dit filmpje is van 11 september 2020, opgenomen tijdens het tweede virtuele festival van het Colectivo Tanguero Misiones. Een covid-filmpje, dus. Het Dúo Leiton-Galván zingt de milonga No hay tierra como la mía. Wat ik leuk vind, is de bravoure van de opname, de brutaliteit waarmee het lied gezongen wordt. Die bravoure past goed bij de tekst van het lied: trots te zijn op je eigen land.

No hay tierra como la mía

Over de hele wereld trok ik en uiteindelijk kwam ik erachter dat er geen land is zoals het mijne!

Goede tekst, deze milonga. Het is een feestelijke, overtuigde lofzang op het eigen land. De kracht en overtuiging ervan voelt als het clublied van een voetbalsupporter. “Geen land is zo mooi als het mijne”, zingt de tekstdichter, “al moest ik eerst de hele wereld over trekken om daarachter te komen. De vrouwen van hier zijn mooier dan elders. Zing met me mee: er is geen land zoals het mijne!”

Deze milonga, in de uitvoering van Canaro of van Lomuto, is een milonga ciudadana, een stedelijke, dansbare versie van de milonga. Maar de tekst van deze milonga, met zijn vele herhalingen, voelt nog een beetje als de oorspronkelijke milonga campera: de milonga van het veld, van de payadores, de gaucho-troubadours die soms als een soort rappers met elkaar in duel gingen. Of dit vrolijke filmpje een goed voorbeeld is van een milonga campera weet ik niet, maar ik vind het leuk om naar te kijken.

Volledige vertaling

No hay tierra como la mia – Francisco Lomuto

Deze dansante uitvoering van No hay tierra como la mía is misschien niet de knapste qua techniek of stijl en de dansers zijn misschien ook niet wereldtop. Toch kijk ik graag naar dit filmpje. Er wordt milonga gedanst wordt met veel traspie (dubbel tempo). Eén basispas die ik geleerd heb van mijn docent Carlos Alberti, wordt hier veel gedanst (die twee pasjes naar links en het vervolg). De dansers zijn Valentina Garnier en Juan Amaya, de locatie is Milonga Cachirulo in salon Canning in Buenos Aires. De datum is 17 augustus 2019.

3 x Qué falta que me hacés

Dit nummer wordt hieronder vertoond in achtereenvolgens muziek, tekst en dans.

MuziekMiguel Caló & Armando Pontier
TekstFederico Silva
Jaar1962?
Tango.infohttps://tango.info/T0370614940
El Recodohttps://www.el-recodo.com/music?S=Que+falta+que+me+hac%C3%A9s
Todotangohttps://www.todotango.com/musica/tema/1606/Que-falta-que-me-haces/
N.B. Dit lied is volgens Tango.info in 1962 voor de eerste keer uitgevoerd. Dus het lied is uit 1962 of eerder.

Qué Falta Que Me Hacés – Orquesta Silbando

Droogkomische uitvoering van Qué falta que me hacés door een Frans tango-orkest: Orquesta Silbando. Plaats en tijd: studio de l’Ermitage, Parijs, december 2014. Leuk om naar te kijken en te luisteren, met name de act van zanger Sebastián Rossi is erg grappig. Het orkest is in 2010 opgericht, tijdens een ontmoeting van jonge musici van verschillende nationaliteiten (Frankrijk, Argentinië, Chili, Spanje) op het Tarbes-festival in Zuid-Frankrijk. Het orkest heeft drie CD’s uitgebracht: Tango (2012), Manos arriba (2015) en Mano sinista (2018). De muzikale leiding is in handen van de pianiste Cloë Pfeiffer.

Qué falta que me hacés

Je bent er niet! Ik zoek je en je bent er niet meer. De kwelling van het wachten doet meer en meer pijn…

Wat mis ik je, zo luidt de titel van dit dramatische liefdesverdriet-lied. De muziek begint dramatisch: pom, pom, pom, pom, …., pom, pom, pom, pom. Dan valt het orkest in en daarna de zanger: “Je bent er niet. Ik zoek je en je bent er niet meer”. De liedtekst beschrijft één grote kwelling: de geliefde wordt gemist, haar lippen, haar kussen. De uren duren, het wachten duurt lang, de nachten. Het lied eindigt met de hoop dat de geliefde ooit terugkeert en dat ze er dan beiden zullen zijn, beiden voor elkaar. Na de tekst gaat het orkest nog door: pom, pom, pom, pom, pom, …, pom, pom, pom, pom, als het kloppen van het bange liefdeshart.

Dit lied, in de uitvoering van Caló en Podestá zorgt altijd voor een prachtig dramatische climax in een tangosalon. Het wonder van dit nummer is niet alleen de schoonheid ervan of het drama, maar dat het uit 1963 komt. Immers, de gedanste tango beleefde zijn hoogtijdagen in de periode 1935-1955. Na 1960 sloten de salons en werd er nog maar weinig tango gedanst. Toch vormde Miguel Caló in 1961 het orkest “Miguel Caló y su orquesta de las estrellas“, met de bandoneons van Armando Pontier en Domingo Federico, de violen van Enrique Francini en Hugo Baralis, de piano van Orlando Trípodi en de stem van Raúl Berón en Alberto Podestá. Met veel succes trad het orkest trad op bij Radio El Mundo. Tussen 16 april en 7 juni 1963 werden twaalf nieuwe nummers opgenomen voor het Odeón-label, waaronder dit prachtige “Qué falta que me haces“. Dan was dan om naar te luisteren en niet meer om op te dansen? Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Miguel_Cal%C3%B3

Volledige vertaling

Fatima Vitale & Yerpun Castro: Que Falta Que Me Haces

Veel couleur locale in dit filmpje: Fátima Vitale danst met “onze” Yerpun Castro Qué Falta Que Me Hacés. Plaats en tijd: juni 2015, tangosalon De Plantage van Arjen Sikking en Marianne van Berlo, aan de Plantage Muidergracht in Amsterdam. Dat is dezelfde straat waarin ik jarenlang wiskunde gestudeerd heb, mij onbewust van het feit dat zich tweehonderd meter verderop een heel dansend leven afspeelde. Ondertussen bestaat deze locatie niet meer, het pand wordt verbouwd tot luxe appartementen. Arjen en Marianne zijn met hun salon verhuisd naar een locatie in de Watergraafsmeer. Ook de wiskundestudie is verhuisd, naar het Science Park in Amsterdam-Oost. Het orkest dat hier speelt is van Miguel Caló, de zang is van Alberto Podestá.

Percal – Charamusca Ensamble

Poppy uitvoering van Percal, met een mooie bas. Niet om op te dansen, maar qua sfeer en stemming zeer wel passend bij de tekst van het tangolied. En een gelikt filmpje. De band komt zo te zien uit Buenos Aires en bestaat uit Hernán Barboza (guitaar en stem), Nicolás V. Rey (percussie, charango en stem) en Benjamín Fontana (bas en stem). Ze hebben ook een Facebook-pagina, maar hun laatste activiteit daar dateert van januari 2018.

Nummer 

Percal

Je was amper vijftien jaar, dromend van lijden en liefde, naar het centrum te trekken, te slagen en de percalkatoen te vergeten.

De Nederlandse vertaling van de titel van dit lied is simpelweg: ‘Percal’, naar de katoensoort die heden ten dage verkocht wordt als luxe versie van katoen: percal. Damals in Argentinië was dat blijkbaar anders, want in dit lied is percal de stof van (armoedige) kinderkleding, van jurkjes die alleen jonge meisjes droegen. Percal is dus de stof van de herinnering, van de armoede en misschien ook wel van de onschuld. Het lied gaat over een persoon die zijn van-veraf-beminde jongedame met lede ogen ziet vertrekken. Zij slaagt erin los te komen van haar afkomst, van de percalkatoen. Maar het is niet eind goed, al goed. In het laatste couplet blijkt dat zij verre van gelukkig is en soms ook nog terugdenkt aan de percalkatoen/de onschuld van vroeger.

De tekst van deze tango is van de Argentijnse tangodichter en tekstschrijver Homero Aldo Expósito (1918-1987). Zijn broer Virgilio zette tientallen van zijn tangoteksten op muziek. Homero Expósito’s vernieuwing was het gebruik van het vrije vers. Als perfectionist herzag Homero zijn teksten ontelbare keren: “Ik wil gewoon niet dat een idioot me komt vertellen dat er een komma verkeerd staat“. De muziek van Percal is van bandoneonist, violist, dirigent en componist Domingo Federico (1916-2000). Samen met Homero Expósito produceerde hij verschillende tango’s, waaronder Al compás del corazón, Yuyo verde, Tristezas de la calle Corrientes, A bailar en Yo soy el tango.

Expósito had het vermogen om op bestaande muziek poëtische teksten te schrijven. Federico zei dat de dichter naar de muziek luisterde, vertrok en twee dagen later terugkeerde met de tekst. Tekst en muziek werden nog een beetje aangepast en het stuk was klaar. De oorsprong van Percal was een muzikaal idee van Federico, van atypische maten waarop Expósito de tekst bouwde. Daarin komt ook de percalkatoen terug – de goedkope stof waarmee waarmee bescheiden jonge vrouwen zich de onbereikbare luxe van een avondjurk verschaften. Hoewel het orkest van Caló doorgaans gearrangeerd werd door pianist Osmar Maderna, werd Percal rechtstreeks uitgevoerd door Federico. Het ging, met de stem van Alberto Podestá, in première in het Singapur-cabaret dat eigendom was van Caló, aan de Montevideostraat in Buenos Aires. Het nummer was meteen een succes. Enrique Santos Discépolo zei dat hij de tekst graag zelf had willen schrijven.

Vanaf 1943 werden tangoteksten door de militaire regering gecensureerd. Verboden werd het gebruik van lunfardo (het dialect van de straat), evenals elke verwijzing naar dronkenschap of uitdrukkingen die als immoreel of negatief voor de taal of voor het land werden beschouwd. Ook de tango Percal mocht niet op de radio worden uitgezonden vanwege de immorele strekking (sic). Nadat in 1946 Juan Perón tot president verkozen werd, ging de censuur nog gewoon door. Pas na een audiëntie bij Perón op 25 maart 1949 werd de censuur opgeheven; de president verklaarde niet op de hoogte te zijn van het bestaan ​​van de restrictieve richtlijnen. Nadien konden vele tango’s weer op de radio worden gespeeld, hoewel sommige stukken, zoals de tango Al pie de la Santa Cruz en de Milonga del 900, nog steeds werden uitgevoerd met aanpassingen in de delen met een politieke inhoud. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Percal_(tango)

Volledige vertaling
Nummer 

Mamié Sancy & Felipe Zarzar: Percal

Een mooie interpretatie van Percal door Mamié Sancy en Felipe Zarzar. Prachtig gedanst: hij beheerst, ingetogen en met mooie passen, zij met elegante versieringen. En prachtige quebradas van hen samen. Voordat Mamié Sancy met Felipe Zarzar danste, danste ze met Carlitos Espinoza. Tegenwoordig danst ze met Javier Rodriguez en met Enzo Hoces. Plaats en tijd: Milonga del Ático, augustus 2010, Santiago, Chile. Het orkest dat speelt is van Miguel Caló, de stem is van Alberto Podestá.

Nummer 

3 x Pobre flor

Dit nummer wordt hieronder vertoond in achtereenvolgens muziek, tekst en dans.

MuziekLuis Mottolese
TekstVíctor Spindola
Jaar1912?
Tango.infohttps://tango.info/T0370074068
El Recodohttps://www.el-recodo.com/music?S=pobre+flor
Todotangohttps://www.todotango.com/musica/tema/4616/Pobre-flor-Primera-ilusion/
NB. Dit nummer is ook bekend onder de titel “Primera ilusión”. De eerste mij bekende uitvoering is uit 1912, van Carlos Gardel.
Nummer 

Pobre flor – Los Urano

Veel tangowalsjes zijn gemaakt voor twee stemmen. Deze droogkomische uitvoering van Pobre Flor is van Los Urano: Victor Rubén Urano en (denk ik zo) papá Urano. Op Youtube heeft Victor Rubén een Youtube-kanaal. Daar is behalve veel huisvlijt ook te zien dat ze af en toe samen optreden, onder andere op televisie. De laatste opname samen met zijn vader is uit 2018. Ik hoop maar dat het hem goed gaat.

Nummer 

Pobre flor

Wat ooit mijn eerste illusie was, is nu eenzaam graf van mijn laatste liefde.

Pobre flor, arme bloem. De arme bloem is geen persoon, maar een idee: de illusie van een liefde die niet mocht zijn. Geen vrolijk walsje dus, ondanks de vrolijke driekwartsmaat is het alleen maar kommer en kwel. De tekst verhaalt van aanvankelijke, in vervoering gegeven kussen, maar daarna gaat het bergafwaarts. Er is een mond die gif en vloeken spuwt, er is de scherpe dolk van een wisselvallig humeur. De zanger dezes blijft gebroken achter: zijn illusie is door winterkou vermoord. Hij begraaft zijn droom en voelt, hoe dramatisch, over zijn ziel een lijkwade.

Volledige vertaling
Nummer 

Fausto Carpino & Stéphanie Fesneau – Pobre Flor

Fausto Carpino en Stéphanie Fesneau interpreteren Pobre Flor. Mooi soepel  gedanst met veel energie. Creatief wordt de dwingende maat van de wals gevolgd, ook in de langzame stukken. Dit nummer duurt 2 minuten en 55 seconden, maar het lijkt wel twee keer zo lang. Fausto is van Siciliaanse afkomst, Stépanie is Française. Beiden dansen sedert hun zestiende levensjaar tango en sinds 2011 dansen ze samen. Regelmatig geven ze workshops in Amersfoort (maar niet in corona-tijd). De muziek die speelt is van het orkest van Alfredo De Angelis, de stemmen zijn van Carlos Dante en Julio Martel.

Nummer