Noelia Hurtado y Carlitos Espinoza – Cristal

Poetry in motion, dat is wellicht de beste beschrijving van hoe Noelia Hurtado en Carlitos Espinoza hier dansen. Bijna elke nuance in de muziek wordt in hun dans geïnterpreteerd. Prachtig. De tango waarop ze hier dansen, is de tango Cristal van Mores en Contursi. Deze demonstratie vond plaats tijdens het Mediterranean Summer Tango Festival in Poreč, Kroatie, 2013. De muziek die klinkt is van het orkest van Anibal Troilo, de stem is van Alberto Marino.

Nummer 

Maja & Marko – La Noche Que Fuiste

De muziek die klinkt is van het orkest van Anibal Troilo en de stem van Floreal Ruiz. Op deze prachtige muziek dansen Maja Petrović en Marko MIljević La noche que te fuiste, een van liefdesverdriet doordesemde tango. Prachtig gedanst, zacht en met veel gevoel, mooi om te zien. Het is hier juni 2013, en het lijkt wel alsof Maja en Marko een stuk jonger én zachter ogen dan op de andere filmpjes die ik van hen ken. Locatie: het Belfast Tango Festival.

La última curda

De wereld is een absurde wond, alles is zo vergeefs, het is één bezopen bende, niets meer.

La ultima curda, dat is de laatste roes, de finale dronkenschap. Dit lied is de klaagzang van de man die gewond is door het leven. De tekstzanger gaat met de bandoneon in gesprek over de door hem gezochte bedwelming van de alcohol: “het trage gekreun van de bandeon druppelt tranen van herinnering en bitterheid” en op zijn beurt “pijnigt de zanger de bandoneon met zijn in wijn gedenkte klaagzang”. De oorzaak van dit alles is, uiteraard, de liefde: “een oude liefde die siddert”. Maar wat een taal, wat een woorden. Alleen al in het eerste couplet komen voor: een kwaadaardige vloek, een gewond hart, rumtranen, een onderwereld met een bodem van opstandige modder. Een diepmenselijke tekst om van te smullen.

In 1956, op een hete nacht, slechts gekoeld door het ijs van de whisky, bevonden orkestleider Anibal Troilo en zanger Edmundo Rivero zich in Troilo’s appartement op de tweede verdieping van Calle Paraná tegenover het Chantecler-cabaret. Daar begonnen ze met het instuderen van Troilos compositie La última curda, repeterend en aanpassend, eerst neuriënd en daarna met de bandoneon. Ze werkten enige uren geconcentreerd aan het nummer, zich niet bewust van de wereld om hen heen. Tegen het ochtendgloren, toen het publiek het Chantecler verliet, was de tango klaar en begaven Troilo en Rivero zich naar het balkon waarvan het raam openstond en zagen ze dat een belangstellende menigte zich op het trottoir onder hen had verzameld en het verkeer onderbrak. Toen voerden Troilo en Rivero deze tango voor het eerst in het openbaar uit, op het balkon, enkel met stem en bandoneon. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/La_%C3%BAltima_curda

Volledige vertaling

Maria Ines Bogado and Sebastian Jimenez – La última curda

Het nummer La ultima curda is uit 1956, dus van ná de hoogtijdagen van de tango. Perón was in 1955 afgezet door het leger. Waarschijnlijk is het daardoor niet erg dansbaar: veel drama en geen doorgaande beat (er werd in die tijd niet veel meer gedanst).  Ook het thema van het lied, het ontvluchten van het levensleed in alcoholische lethargie nodigt niet erg tot dansen uit. Toch toont dit Youtube-filmpje een knap gedanste uitvoering van Sebastián Jimenez en María Inés Bogado, een prachtig danspaar. Plaats en tijd: Lodz, Polen, 2015. Het orkest dat speelt is van Anibal Troilo, de stem is van Roberto Goyeneche (“El Polaco”).

Gricel

Jouw droombeeld was als van kristal en diggelde in stukken toen ik vertrok, want nooit, nooit keerde ik weerom…

Liefdesverdriet van voor tot achter in deze tango. Gricel is de naam van een beminde. Zomaar een liefdes(verdriet)lied is dit niet, want Gricel heeft echt bestaan: haar volledige naam was Susana Gricel Viganó. Zij was eerst de geliefde, pas veel later werd zij de vrouw van tekstschrijver en dichter José María Contursi. In de liedtekst heeft de ik-persoon Gricel verleid en is daarna verdwenen: “jouw illusie van kristal brak toen ik vertrok. Want nooit, nooit kwam ik weerom. Hoe bitter was jouw verdriet”. Nu heeft de ik-persoon spijt als haren op zijn hoofd. Veel hoop lijkt er evenwel niet te zijn: “ik gaf me over andere kussen. Mijn leven was een schijnvertoning. Wat zal er van mij terechtkomen, Gricel?” Gelukkig kwam het – in het echt – allemaal nog goed.

De Susana Gricel Viganó uit de titel woonde in de provincie, in Capilla del Monte in de heuvels bij Córdoba. Ze was 15 toen ze in 1935 de toen 24-jarige Contursi ontmoette in Buenos Aires, bij een optreden van Nelly Omar. Drie jaar later, in 1938, ging Contursi voor zijn gezondheid kuren in de bergen. Op aanraden van Nelly Omar werd dat Capilla del Monte. Toen sloeg de vonk echt over. Contursi was echter getrouwd, had kinderen en koos uiteindelijk voor zijn huwelijk. Contursi en Gricel bleven elkaar evenwel liefdesbrieven schrijven. Alles kwam in de openheid toen de tango “Gricel” werd gepubliceerd (1942). Daardoor kwam zij – winnares van lokale schoonheidswedstrijden en in een witte overall werkend als pompbediende – in haar omgeving bekend te staan als “de Gricel van het tangolied”. In 1949 trouwde Gricel met Jorge Camba, die haar al snel verliet voor een andere vrouw. In 1962, Contursi was inmiddels weduwnaar, ontmoetten ze elkaar opnieuw en ontstond een relatie. Ze trouwden in 1969. Contursi overleed in 1972.

Veel van de tango’s die Contursi schreef gaan over zijn geliefde Gricel, maar niet allemaal. Het is soms een beetje raden welke tango’s dat zijn. In ieder geval niet die van voor 1938. Maar wel: Quiero verte una vez más (1939), En este tarde gris (1941), Toda mi vida (1941), Junto a tu corazón (1942), Verdemar (1943), Cada vez que me recuerdes (1943), Sombras nada más (1943), Tabaco (1944), Cristal (1944), Garras (1945), La noche que te fuiste (1945), Tu piel de jazmín (1950).

Volledige vertaling
Nummer 

Canción desesperada

Ik ben een hardnekkige vraag die zijn pijn en jouw verraad van de daken schreeuwt.

De Bob Dylan van de tango, dat is Enrique Santos Discépolo (1901-1951). Prachtige teksten schreef hij en heel divers: romantische, wrede, politieke en sentimentele teksten, steeds met verrassende beeldspraken. Het onderwerp van deze Canción desesperada, een tango uit 1945, is liefdesverdriet. Verrassend is dat de tekst zelf aan het woord is, de tekst bezingt zichzelf: “Ik ben een wanhopig lied,” zo luidt de beginregel. De tekst beklaagt de dichter die in de liefde wreed bedrogen is: “Waarom, vraag ik me af, ja waarom hebben ze mij geleerd lief te hebben, als mijn liefde gedood werd door jou lief te hebben?

Volledige vertaling

Yo soy el tango

Ik ben de oude tango, geboren in de achterbuurten. Waarom geloven, waarom liegen dat ik veranderd ben, als ik dezelfde ben als vroeger?

Dit is een uitzonderlijke tango. Het onderwerp is nu eens geen liefdesverdriet, dit lied gaat over de tango zelf. Sterker nog, in dit lied komt de tango zelf aan het woord. De tekst vergelijkt de moderne tango, die uit 1941, met de oude tango, die van de guardia vieja (de jaren twintig). Ondanks het feit dat hij, de tango, in de danszalen over de hele wereld een ereplaats veroverd heeft, is zijn afkomst nederig, zegt de tekst. De essentie en hart van de tango zijn niet veranderd.

De moderne tango, die uit de Gouden Eeuw van de tango, besloeg de jaren 1935-1955. De start werd gegeven door het orkest van Juan D’Arienzo, dat vanaf 1935 de tango met zijn strakke beat een nieuw leven inblies. Begin jaren veertig was tango echt hip, het was dé dominante populaire cultuur in de hoofdstad van Argentinië. De muziek en de dans was overal: in Buenos Aires leefden meerdere tientallen orkesten van de tango. Voor 1935 was de tango bijna ingedut. De oude tango, die van de guardia vieja, had haar hoogtepunt beleefd in de jaren twintig. Niet toevallig viel de dip samen met de crisisjaren. En de revival van de tango viel samen met het begin van de tweede wereldoorlog die Argentinië enorm welvarend maakte: Argentinië bevoorraadde zowel de As-mogendheden als de geallieerden.

Volledige vertaling
Nummer 

Julio Alvarez e Yailet Suarez:Toda mi Vida

Het is 28 februari 2016. De van oorsprong Cubaanse dansers Yailet Suarez en Julio Alvarez interpreteren de tango Toda mi vida. Prachtig gedanst, met een heleboel rust en gemak. Ik kijk vooral bewonderend naar de souplesse van Julio Alvarez. De locatie is waarschijnlijk milonga Open Space in Cumo, Italië. Het orkest dat speelt is dat van Anibal Troilo, de zanger is Francisco Fiorentino.

Nummer 

Romance de barrio

Buurtliefde, jouw liefde en mijn liefde, eerst het verlangen, daarna de pijn.

Prachtige wals, deze Romance de barrio. Het lied gaat over een buurtliefde: een eerste ontmoeting, een donker balkon, een ouderwetse tuin. Daarna de verwarring van de liefde, met ingewikkelde brieven die heen en weer gaan. De geliefde bekent geen kleur. Er worden fouten gemaakt, misschien door onervarenheid of jeugdigheid. De hoop was wellicht samen te blijven in/met de pijn, maar de keus viel op de ontkenning, op het vertrek. Beide geliefden blijven ontsteld achter, boete doend voor de onbewust gemaakte fouten.

Volledige vertaling

Desencuentro

Bittere mismatch, want je ziet dat het andersom is. Je geloofde in oprechtheid en in de moraal. Hoe stom!

Bitter levensverdriet-lied uit de zestiger jaren. Het woord desencuentro uit de titel, letterlijk: ‘des-ontmoeting’ of ‘mis-ontmoeting’, kan duiden op een mislukte ontmoeting, een mismatch of een onenigheid, een aanvaring (bron: Spanishdict.com). In het Lunfardo, het Argentijnse slang betekent het zoiets als tegenspoed, rampspoed. Een woord dus met vele betekenissen. De tekst handelt over een jij-persoon die een grondige mismatch ervaart met het leven, over iemand die in het goede gelooft en in de liefde, maar die genaaid wordt door het leven, door de anderen en door de liefde. Alles gaat mis, zelfs de zelfmoordkogel wil niet afgaan. Een lied met scherpe contrasten: enerzijds de liefde en haar zoete bedoelingen, anderzijds de hardheid en wreedheid van een wereld vol haat.

Volledige vertaling
Nummer 

Natacha Lockwood y Andres Molina: Desencuentro

Prachtige interpretatie van Desencuentro, door Natacha Lockwood and Andres Molina. Mooi gedanst in de geest van de muziek, met een wonderschone, beheerste openingssequentie: nooit eerder zag ik zo’n muzikale kruispas. Tijd en plaats: november 2018, Tangofestival Lyon. De muziek uit 1963 is van het orkest van Aníbal Troilo met de stem van Roberto Rufino.

Nummer 

Cada vez que me recuerdes

Elke keer als jij je mij herinnert, zullen jouw gedachten mij kussen.

Dit lied uit 1943 is het verhaal van een liefde die begon als een groot feest, maar die uitging als een nachtkaars. Gaandeweg verdween bij de geliefde de passie, de verveling sloeg toe, de geliefde vertrok. De tekstzanger blijft geschokt achter, met een gebroken hart en hoopt nog steeds op een teken van de geliefde: “Elke keer als jij je mij herinnert, zal de nacht het mij zeggen“. Wat vooral blijft is wat de geliefde achterliet: het sterke gevoel van diens aanwezigheid.

De tekst van dit lied is geïnspireerd op een bestaande liefde, die tussen Susana Gricel Viganó en de dichter José Maria Contursi. Zij was vijftien jaar oud (ze werd geboren op 15 april 1920) toen haar vriendin en zangeres Nelly Omar haar meenam naar een live-optreden van haar, in het LS8 Radio Stentor auditorium. Het was een van de twintig radiostations in de stad, gevestigd in Florida 8, in het hart van het centrum van Buenos Aires. De dames kenden elkaar omdat de familie Viganó een tijdje in Guaminí had gewoond, Nelly’s geboortestreek. Destijds woonde de jonge Gricel in Capilla del Monte, Córdoba, waar haar ouders een herberg en een benzinestation hadden.

Haar schoonheid was schokkend: haar moeder was van Duitse afkomst en ze had dat blonde haar en die dromerige blauwe ogen van haar geërfd. In 1935 heette de radio-omroeper José María Contursi, maar in nachtelijk Buenos Aires stond hij bekend als Katunga. José María was een echte dandy, zoon van Pascual Contursi, een van de pioniers van het tangolied. Van zijn vader had hij het talent geërfd om verzen te schrijven. Hij was 24 jaar oud, reeds getrouwd met Alina Zárate en vader van een meisje. Toen hij kennismaakte met Gricel veranderde zijn leven voor altijd.

Het meisje was verblind was door de jongeman met zijn goede kleding en manieren. Maar ze keerde terug naar Córdoba en hij ging verder in Buenos Aires. Sommigen zeggen dat ze brieven schreven. In 1938 had Katunga gezondheidsproblemen en opnieuw was Nelly Omar degene die hem voorstelde om een ​​tijdje de bergen in te trekken om te herstellen. De plaats was Capilla del Monte en de herberg Viganó. De romance ontluikte, maar was van korte duur: hij keerde terug naar zijn stad; zij zag haar droom breken als glas.

Toen begon de beproeving. In 1939 schreef José María de tango Quiero verte una vez más. Het was het begin van een hele reeks: in 1940 verschenen En esta tarde gris, Sin lágrimas en Toda mi vida. In 1942 verscheen de naar haar genoemde tango: Gricel. Zij was inmiddels getrouwd en kreeg uit dat huwelijk een dochter. Een jaar later verschenen Sombras nada más en Cada vez que me recuerdes. En in 1945: La noche que te fuiste en Garras.

In 1957 werd Katunga weduwnaar: de vrouw met wie hij vier kinderen had gekregen, stierf. Gricel was ook alleen: haar man had haar in de steek gelaten. In 1962 trad de bandoneonist Ciriaco Ortíz op in Capilla del Monte en vertelde haar dat José María geen partner had, depressief was en veel dronk. Gricel kwam naar Buenos Aires en de reünie was een feit. Ze trouwden op 16 augustus 1967 in Córdoba: hij 56 jaar oud; zij 47. Het was een religieuze ceremonie omdat zij alleen burgerlijk getrouwd was. Het huwelijk duurde tot 11 mei 1972 toen Contursi, verzwakt door de ontberingen van zijn vorige leven, in Cordóba stierf. Gricel leefde nog twee decennia. Bron: https://www.clarin.com/ciudades/historia-amor-eternizo-tango_0_SJFxZOXiD7g.html.

Volledige vertaling