Gloria

Meisjes zijn geen liefdesspeelgoed, ze hebben gevoelens, weet je.

Gloria is een tango uit 1927. In datzelfde jaar werd het nummer al op plaat gezet door Carlos Gardel. De titel is geen vrouwennaam, maar betekent “Glorie”, roem, de luisterrijke roem van een vreugdevolle overwinning. In de tekst van deze tango wordt een jongedame die glorie voorgehouden door een man die haar avances maakt. Maar die jongedame is niet gek. Ze ziet dat degene die haar beloften maakt (champagne, feesten, sportwagens) een rijke stinkerd is. Een gigolo, een playboy, en ook nog eentje op leeftijd. “Loop maar door, ouwe”, zegt ze, “De jeugd is geen bloem voor je knoopsgat. Je verspeelt je tijd. Koop een kam om deze obsessie uit je hersenen te verwijderen”. Duidelijke taal van een zelfbewuste jongedame.

De ooit veelgeprezen en nog steeds interessante website Tango and Chaos verhaalt van de belevenissen in Buenos Aires van een Amerikaanse milonguero, Rick McGarrey. De beschreven avonturen spelen zich af in de periode 2001-2011. Op deze website staat de tango Gloria, in de uitvoering van De Angelis met Carlos Dante, bovenaan in zijn lijst met favoriete tango’s. Dat is vanwege meerdere redenen: de rijke taal (veel Lunfardo, het voseo), de muziek en de stem van Dante en de thematiek van een zelfverzekerde jongedame die zich niet in de luren laat leggen door een mooipraat van een playboy met centen. Bron: https://www.tangoandchaos.org/chapt_4music/2gloria.htm

De tekst van deze tango is van de hand van Armando Tagini. De muziek werd gecomponeerd door Humberto Canaro, een van de vele muzikale broers van Francisco Canaro. Humberto, pianist, orkestleider en componist, kom je ook wel tegen onder zijn eigenlijke naam, José. De andere broers waren Rafael (gitarist, bassist, orkestleider en componist), Juan (bandoneonist, orkestleider en componist) en Mario (violist, bandoneonist, bassist, orkestleider en componist). De beroemdste broer van het stel was uiteraard Francisco Canaro (1888-1964), violist, orkestleider en componist, tevens de oudste van deze muziekdynastie. Daarna kwamen: Rafael (1890-1972), Juan (1892-1977), Humberto (1896-1952) en Mario (1903-1974). Bron: https://www.todotango.com/english/history/chronicle/538/The-Canaro-brothers-a-tango-dynasty/

Volledige vertaling
Nummer 

Palomita blanca

Niets troost me, altijd maar verder te moeten gaan, mij zonder haar te weten. Mijn stappen gaan vooruit en achteruit mijn hart.

Walsjes klinken altijd vrolijk, met name om te dansen. Maar zo vrolijk als de muziek van deze Palomita blanca klinkt, zo treurig is de tekst die overstroomt van liefdesverdriet. De tekstdichter is verlaten, niets troost hem, de liefde is over en de geliefde ver weg. Stiekem droomt hij van haar, denkt haar naast zich, luistert naar haar. Hij denkt aan de laatste ontmoeting, aan de steeds kleiner wordende zakdoek waarmee ze ten afscheid wuifde. Het refrein voert de palomita blanco uit de titel op, een kleine witte duif die boodschapper is van zijn liefdesverlangen. In de lucht ziet hij de duif voor haar een boodschap schrijven: “hij vergeet je nooit, hij denkt alleen aan jou”.

De componist van dit nummer was de bandoneonist Anselmo Alfredo Aieta, die vooral actief was in de periode 1910-1925, die van de Guardia Vieja. Als componist was de niet-academisch geschoolde Aieta (1896-1964) zeer productief met meer dan honderdzestig nummers, maar hij was ook succesvol als orkestleider. Van 1919 tot 1923 speelde hij in het orkest van Francisco Canaro, maar hij begon tezelfdertijd ook een eigen orkest dat in verschillende bezettingen soms op drie of vier plaatsen tegelijkertijd speelde. In zijn orkest speelden onder andere Juan D’Arienzo (viool), Angel D’Agostino (piano), Gabriel Clausi (bandoneon) en Carlos Dante (zang). In veel van zijn composities, en ook in deze Palomita blanca uit 1929, werkte Aieta samen met de jonge tekstdichter Francisco García Jiménez (1899-1983). Bron: https://www.todotango.com/english/artists/biography/1017/Anselmo-Aieta/

Volledige vertaling
Nummer 

Alfredo de Angelis – Dante – Martel “Pregonera”

Dit videofragment is een scene uit de tangofilm “El cantor del pueblo” uit 1948. De film gaat over een tangozanger die beroemd probeert te worden. In deze scene treden op, in volgorde van opkomst: het orkest van Alfredo De Angelis (himself waarschijnlijk achter de piano), zanger Julio Martel en zanger Carlos Dante. Uitgevoerd wordt een van de bekende duetten van De Angelis, “Pregonera”. Het lied gaat over een knap bloemenverkoopstertje dat rozen en anjers uitvent.

Nummer 

Pregonera

Een liefde en een anjer, voor het knoopsgat, voor de liefde. De anjer toverde een illusie, mijn rode hart werd doorboord.

De tekst van Pregonera gaat over een herinnering aan Parijs, aan een knappe straatverkoopster die bloemen verkoopt. Zij prijst de bloemen van de liefde aan, anjers en rozen. De tekstdichter koopt een bloem, valt voor het meisje en haar lach. Maar zij is al weer verder, op weg naar volgende klanten. De dichter blijft achter. Zijn droom valt in duigen, hem rest slechts een paar dode bloemen en een mooie herinnering.

Het Spaanse woord pregón verwees oorspronkelijk naar een mondelinge proclamatie in middeleeuwse stijl die werd afgeleverd op het centrale plein (Oyez, oyez, oyez! oftewel “Hoort, hoort, in opdracht van Zijne Majesteit de Koning”, etc). De pregonero was de stadsomroeper die deze teksten afleverde. Aan het begin van de 20e eeuw in Buenos Aires werd deze term gebruikt voor de straatventers die met luide kreten hun waren probeerden te verkopen in de buurten. In Cuba vormen de pregonera’s een toeristische attractie, zie dit leuke filmpje.

Volledige vertaling
Nummer 

Pregonera – Francisco Castro y Martín Cardoso

Augustus 2018. We zijn in de hoofdstad van Chile, Santigo, bij één van de tweewekelijkse openluchtssalons van de Milonga Callejera. Het optreden wordt deze avond verzorgd door twee mannelijke dansers, Francisco Castro en Martín Cardoso. Interessant om naar te kijken, er wordt gedanst met elegantie, maar ook met veel mannelijke energie. De muziek die klinkt is van het orkest van Alfredo de Angelis, de stemmen zijn van Julio Martel en Carlos Dante.

Nummer 

Stephanie Fesneau and Fausto Carpino – Ilusión Azul

Stephanie Fesneau and Fausto Carpino zijn geweldige tangodansers, en als het de wals betreft dan helemaal! “Excellent, heel goed”, schrijft een Youtube-commentator bij deze uitvoering van de wals “Ilusión Azul”. De muziek die klinkt is van het orkest van Alfredo De Angelis, de stem is van Carlos Dante. Plaats en tijd: Nou Tango Berlin, december 2019.

Nummer 

Pobre flor

Wat ooit mijn eerste illusie was, is nu eenzaam graf van mijn laatste liefde.

Pobre flor, arme bloem. De arme bloem is geen persoon, maar een idee: de illusie van een liefde die niet mocht zijn. Geen vrolijk walsje dus, ondanks de optimistische driekwartsmaat is het alleen maar kommer en kwel. De tekst verhaalt van aanvankelijke, in vervoering gegeven kussen, maar daarna gaat het bergafwaarts. Er is een mond die gif en vloeken spuwt, er is de scherpe dolk van een wisselvallig humeur. De zanger dezes blijft gebroken achter: zijn illusie is door winterkou vermoord. Hij begraaft zijn droom en voelt, hoe dramatisch, over zijn ziel een lijkwade vallen.

Volledige vertaling
Nummer 

Fausto Carpino & Stéphanie Fesneau – Pobre Flor

Fausto Carpino en Stéphanie Fesneau interpreteren Pobre Flor. Mooi soepel  gedanst met veel energie. Creatief wordt de dwingende maat van de wals gevolgd, ook in de langzame stukken. Dit nummer duurt 2 minuten en 55 seconden, maar het lijkt wel twee keer zo lang. Fausto is van Siciliaanse afkomst, Stépanie is Française. Beiden dansen sedert hun zestiende levensjaar tango en sinds 2011 dansen ze samen. Regelmatig geven ze workshops in Amersfoort (maar niet in corona-tijd). De muziek die speelt is van het orkest van Alfredo De Angelis, de stemmen zijn van Carlos Dante en Julio Martel.

Nummer 

Que nadie sepa mi sufrir

Het vuur van je mooie zwarte ogen verlichtte het pad van een andere liefde.

Dit lied is een dynamische, opzwepende wals. Het onderwerp is wederom liefdesverdriet. De tekstzanger is oprecht verliefd. De geliefde was dat blijkbaar niet, want die is alras vertrokken naar een ander. Teleurgesteld als hij is, houdt hij zijn verdriet het liefst verborgen. De laatste regel luidt: “Niemand hoeft van mijn lijden te weten” ofwel: “Que nadrie sepa mi sufrir“. Zoals veel tangoteksten heeft dit lied (met een paar kleine tekstaanpassingen) ook een vrouwelijke versie, waarin de hoofdpersoon een vrouw is en de geliefde een man. Want liefde is a priori symmetrisch, en liefdesverdriet dus ook.

Dit nummer heeft een flinke historie. Van oorsprong is het een Argentijns lied, of beter, een Peruaans walsje. Het dateert uit 1936, maar bleef in de anonimiteit tot Edith Piaf het hoorde tijdens een Zuid-Amerikaanse tournee. Ze liet een andere tekst schrijven en nam het op in haar repertoire onder de titel La foule. De Franstalige tekst gaat over een vrouw die tijdens een dansfeest door de massa (la foule) in de armen van een man gedrukt wordt, met hem wegdanst en daarna door diezelfde massa uit zijn armen getrokken wordt. Niet veel later werd het lied in de Spaantalige wereld bekend onder de titel Amor de mis amores, met uitvoeringen van onder andere Julio Iglesias, Los Lobos en René Froger. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Que_nadie_sepa_mi_sufrir

Volledige vertaling