Ada Falcón – Sentimiento gaucho

Ada Falcón was in het Argentinië van de jaren ’20 en ’30 van de twintigste eeuw een beroemde zangeres en actrice. Als zangeres in het orkest van Francisco Canaro verwierf ze nationale en internationale faam. Ze nam meer dan tweehonderd nummers op. In dit filmfragment zingt ze de tango Sentimiento gaucho. De scene is een fragment uit de film Idolos de la radio uit 1934. De (naar het schijnt matige) film draait om een aantal liefdesverhalen die zich afspelen in en om een radiostation. Medespelers zijn onder andere Ignacio Corsini, Tita Merello en Ernesto Famá.

Ada Falcon (1905-2002) was mezzo-sopraan, hetgeen een ongebruikelijk register was voor tangozangeressen uit die tijd — de meeste zangeressen waren sopranen. Van 1932 tot 1942 was zij minnares van Francisco Canaro, maar hij weigerde voor haar zijn huwelijk op te geven. Zij stond bekend om haar luxueuze levensstijl: ze hield van bontjassen, dure juwelen en snelle sportwagens. In 1942 trok “La Joyita Argentina” zich plotsklaps terug uit het openbare leven. Ze kwam slechts een enkele keer naar buiten om in zwart gekleed een mis bij te wonen. Op een gegeven moment nam ze zelfs haar intrek in een klooster in de provincie Córdoba. Aan het eind van haar leven werkte ze mee aan een documentaire over haar leven, waarin ze ook een kort interview gaf. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Ada_Falc%C3%B3n

Carlos Gardel – Yira, yira

In de studios van filmpionier Federico Valle maakte regisseur Eduardo Morera in 1930 een aantal filmopnamen van Carlos Gardel. Vijf jaar later, 24 juni 1935, overleed de beroemde zanger bij een vliegtuigongeluk in Medellín, Colombia. Miljoenen fans in Zuid-Amerika waren diep en diep geschokt. Het stoffelijk overschot van Gardel werd met ezel, kar, trein en boot via New York en Montevideo teruggebracht naar Buenos Aires. Bij elke tussenstop kwamen hordes mensen afscheid van hem nemen. Nog in datzelfde jaar werden vijftien van Morera’s opnamen samengesteld tot de film Así cantaba Carlos Gardel (“Zo zong Carlos Gardel”). Het vertoonde fragment is één daarvan. Gardel zingt daarin de tango Yira, yira. De inleidende dialoog is tussen zanger Carlos Gardel en de schrijver van het vertolkte lied, de dichter Enrique Santos Discépolo:

Gardel: Enrique! Hoe gaat het?
Discépolo: Goed, en jij?
G: Vertel me, Enrique: wat heb je met de tango Yira yira willen uitdrukken ?
D: Met Yira yira
G: Ja, die.
D: Een lied van eenzaamheid en wanhoop…
G: Man, zo heb ik het precies begrepen.
D: En daarom zing je het op zo’n bewonderenswaardige manier.
G: Maar de hoofdpersoon is een goed mens, nietwaar?
D: Ja… Het is een man die gedurende veertig jaar geleefd heeft in de hoop op en verwachting van broederschap en naastenliefde. En op zijn veertigste beseft hij opeens dat mensen beesten zijn.
G: Je zegt bittere dingen…
D: Natuurlijk… Je moet niet verwachten dat ik leuke dingen vertel, over een man die veertig jaar moet wachten voordat hij wakker wordt.

Dat laatste is een lastig te vertalen woordspeling. Discepolo zegt: Claro… No pretenderás que diga cosas divertidas de un hombre que ha esperado cuarenta años para desayunarse. Het desayunarse wordt in de dialoog eerder gebruikt als “zich beseffen”, “wakker worden”, maar letterlijk betekent het in de laatste regel: “een man die veertig jaar moet wachten voordat hij kan ontbijten”. Bron: https://vlex.com.co/vid/discepolo-tango-politica-738723773

Nummer 

Alfredo de Angelis – Dante – Martel “Pregonera”

Dit videofragment is een scene uit de tangofilm “El cantor del pueblo” uit 1948. De film gaat over een tangozanger die beroemd probeert te worden. In deze scene treden op, in volgorde van opkomst: het orkest van Alfredo De Angelis (himself waarschijnlijk achter de piano), zanger Julio Martel en zanger Carlos Dante. Uitgevoerd wordt een van de bekende duetten van De Angelis, “Pregonera”. Het lied gaat over een knap bloemenverkoopstertje dat rozen en anjers uitvent.

Nummer 

Juan D’Arienzo canta Nini Marshall: El vino triste

Scene uit de film Yo quiero ser bataclana (“Ik wil showgirl worden”) uit 1941, met een bijrolletje voor Juan D’Arienzo en zijn orkest. De hoofdrol is voor Nini Marshall (1903-1996), een succesvolle Argentijnse komische actrice en scenarioschrijver. Verspreid over veertig jaar heeft zij een veertigtal films gemaakt, waaronder deze van regisseur Manuel Romero, eveneens de tekstschrijver van het uitgevoerde lied, de tango El vino triste. In de film speelt Nini Marshall een van haar vele typetjes, Catalina Pizzafrola Langanuzzo oftewel Catita, die ingrijpt wanneer de producent over één van de showgirls beweert dat zij een vriendin van de regisseur is. In deze scene speelt D’Arienzo onder protest het nummer waar zij om vraagt, El vino triste. Behalve de zang is ook de jurk van Catita onmogelijk komisch.

Tot tweemaal toe is Nini Marshall door het militaire regime uit Argentinië verbannen. In de periode 1943-1945 werd ze door de fascistische dictator-generaal Pedro Ramirez naar Mexico in de ban gedaan, vanwege haar “deformatie van de taal”. Tussen 1949 en 1955 (het jaar van de val van Perón) week ze nogmaals uit naar Mexico, omdat het regime van Juan Perón haar niet welgezind was, mede wellicht omdat ze niet gesteld was op de avances van Juan Duarte, privé-secretaris van Perón en broer van Eva Duarte, de latere Eva Perón. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Nin%C3%AD_Marshall

Nummer 

Roberto Goyeneche – La ultima curda

De legendarische tangozanger Roberto Goyeneche zingt La ultima curda, zijn vaste begeleider Néstor Marconi bespeelt de bandoneon. In één woord: prachtig; muziek en drama inéén. De scene komt uit “Sur”, een film uit 1988 van Fernando Solanos. In de muziek praat de zanger tegen de bandoneon die voor (de klaagzang van) het leven staat. De bozige dames die in de filmscène figureren komen in het lied niet voor. Roberto Goyeneche (1926-1994) was een levende legende in de Argentijnse muziekwereld van de jaren vijftig. Zijn bijnaam was El Polaco (’de Pool’), vanwege zijn blonde haar en zijn magere postuur – net zoals de Poolse emigranten uit zijn tijd. Hij was evenwel van Baskische afkomst.

De film “Sur” (Zuid) is geen tangofilm, maar een film over de gevolgen van de civiel-militaire dictatuur 1976-1983. Deze dictatuur eindigde eindigde met het verlies van de Falkland-oorlog, die door de generaals begonnen was om de aandacht af te leiden van de interne economische problemen en de mensenrechtenschendingen. De film speelt in 1983. De hoofdpersoon wordt na de val van de dictatuur vrijgelaten, maar hij weet niet goed hoe hij zich moet verhouden tot datgene wat buiten de gevangenismuren gebeurd is. De filmmuziek werd gecomponeerd door Astor Piazzolla en Fito Páez. De soundtrack bevat tango’s van Aníbal Troilo, Mariano Mores en Homero Expósito die worden uitgevoerd door Roberto Goyeneche begeleid door Nestor Marconi op bandoneon, Raul Luzzi op gitaar, Carlos Gaivironsky op viool en Humberto Ridolfi op contrabas. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Sur_(pel%C3%ADcula)

Angel Vargas: A pan y agua

In deze video schittert het Orquesta Típica van Angel D’Agostino: vijf bandoneons, vier violen, een contrabas en een piano. Angelito Vargas zingt, de dansparen genieten, dansend en luisterend. Gespeeld wordt de tango: A pan y agua (“Op water en brood”). Wat een feest om te zien. En mooi hoe bescheiden Vargas naar achteren terugstapt als hij is uitgezongen (iets waar hij om bekend stond), alsof hij gewoon één van de instrumenten van het orkest is en niet de sterzanger.

Ergens in de commentaren op Youtube meen ik te hebben gelezen dat het orkest wat we zien mogelijk niet dat van Angel D’Agostino is, maar dat van Eduardo Del Piano (Del Piano was voordat hij voor zichzelf begon bandeonista in het orkest van D’Agostino). Dat zou kunnen: de pianist lijkt niet echt op D’Agostino en de synchronisatie van het geluid strookt niet met de mondbewegingen van Vargas. Wel is de muziek die we horen onmiskenbaar die van het orkest van Angel D’Agostino en de zang die van Angel Vargas.

Nummer 

Angel Vargas (1942) – Tres esquinas

Prachtig historisch materiaal van de twee engelen van de tango: Angel Vargas zingt Tres esquinas, onder begeleiding van het orkest van Angel D’Agostino, die zelf in beeld komt als pianist. Elegant gespeeld en gezongen, met een prachtige dictie van de zanger. Deze opname is gemaakt in 1942 in zwart-wit en recentelijk kunstmatig ingekleurd door Pablo Remos. Er is ook nog een andere versie van deze video, ook in kleur, met een ingemonteerde scene uit de sixties/seventies waarin een oudere Angel D’Agostino en Enrique Cadícamo samen aan een tafelje zitten, naar het orkest kijken en waarin D’Agostino op de piano meespeelt met zijn eigen muziek.

Nummer 

Hugo Del Carril (Sacachispas)

In deze video zingt Hugo del Carril de milonga Saca chispas. De scene komt uit de tangofilm Historia del 900 uit 1948/49. In de film passeert een overvloed aan tangoliederen, onder andere: El llorón, El choclo, El esquinazo, Rosas de abril, La morocha en natuurlijk deze Sacachispas. Hugo del Carril was de artiestennaam van Pierre Bruno Hugo Fontana (1912-1989). Hij begon zijn carriere als zanger en als acteur. Al snel werd hij een bekende filmster, later ook regisseur en filmproducent. De film Historia del 900, over de zeden en gebruiken van het eind van de negentiende eeuw, is één van zijn eerste producties. In de salon zul je Hugo del Carril overigens zelden of nooit horen: hij was meer een cancionistá à la Carlos Gardel dan zanger bij een dansorkest, al heeft hij een enkel nummer opgenomen met het orkest van Edgardo Donato.

Nummer 

Osvaldo Fresedo – Buscándote

Als een zwoele zomerbries op een terras aan zee, zo klinkt dit lied: prachtige melodie op een rustig swingende beat. In deze opname van Buscándote, een tango, is het orkest van Osvaldo Fresedo aan het werk te zien. Halverwege verschijnt Ricardo Ruiz, de estribillista (refrein-zanger). Prachtige en zeldzame beelden uit de gouden eeuw van de tango. Fresedo gebruikte in zijn orkest nogal wat atypische instrumenten, zoals een cello (midachter), cimbaal (een slaginstrument met snaren, mogelijk de “slagwerker” linksachter) en harp (eventjes in beeld op de voorgrond links). Ook een vibrafoon, schrijft één van de commentatoren op Youtube, maar die kan ik niet traceren. Of verwar ik deze met de cimbaal? En is Fresedo een van de bandoneonistas? De pianist (even zichtbaar rechtsachter de zanger) is mogelijk Lalo Scalise, componist en tekstschrijver van het nummer.

Osvaldo Fresedo (1897-1984) was componist en orkestleider, en met name zeer actief in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, al is hij tot 1980 blijven spelen en opnemen. Fresedo’s handelsmerk: de elegante stijl van zijn orkestmuziek. Of zoals de website van tangobythesea schrijft in de toelichting bij ditzelfde nummer: As a composer, Fresedo was prolific and successful, usually superficial, but beautiful, so beautiful.

Nummer 

Virginia Luque – Desencanto

De tangofilm “Del cuplé al tango” (1959) draait om de strijd van de dochter van een beroemde cabaretier uit Madrid om in de tango te zegevieren. De hier jonge Virginia Luque speelt de hoofdrol. In deze scene zingt ze de tango “Desencanto” van Enrique Santos Discépolo. Je kunt op Youtube ook de hele film bekijken. Virginia Luque (1927-2014) was een Argentijnse actrice en tangozangeres die in meer dan twintig tangofilms heeft opgetreden. In internetvideo’s vind je haar in veel televisieopnamen uit de zeventiger jaren tangos zingen. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Del_cupl%C3%A9_al_tango

Nummer 

Domenica Modugno – Lazzarella

Lazzarella is een liedje uit Napels. Hier wordt het gespeeld door componist Domenico Modugno, uiteraard in het Napolitaans. In de jaren 60 van de vorige eeuw was Modugno een bekende artiest op de festivals van San Remo en het Europees songfestival. Het liedje is ook de inspiratie geweest voor een komische film met dezelfde naam. Uit die film is deze video afkomstig.

Nummer 

La colegiala

Waarom onderwijst Cupido het ongeluk van een grote liefde aan een meisje dat onschuldig droomt en dat bang is voor muizen?

Dit lied lijkt qua inhoud een beetje op de tango Nunca tuvo novio. Ging díe tango over een oude vrijster, deze vrolijke foxtrot gaat over een jonge vrijgezelle dame, een eenvoudige studente die pretenteert iets in haar mars te hebben, te weten: een studie aardrijkskunde, een maandje retoriek-les, een paar accoorden op de viool en een beetje Frans. Desondanks wacht ze nog steeds op een man die haar over de liefde leert. Enerzijds heeft ze het hoog in de bol, anderzijds is ze gewoon bang voor muizen. Een beetje een zielig geval dus?

De componist van de muziek van deze foxtrot is de Spanjaard Antonio Matas (1912-1984). Hij was organisator van het eerste jazzfestival van Barcelona (begin jaren dertig) en schreef de muziek bij de zeer feministische film “Abojo los hombres” (“Weg met de mannen”) van regisseur José Maria Castellví. In die film schrikt actrice Carmen Aubert eerst van een muis, daarna zingt ze vanuit de eerste persoon de slowfox “La colegiala”, zie deze buitennissige filmclip.

Volledige vertaling
Nummer 

Fumando espero

Geef mij de rook uit je mond, geef me die, opdat het vuur in mij ontbrandt.

Dit lied dat stamt uit 1922, toen roken nog sexy en opwindend was. “Al rokend wacht ik”, zo luidt de titel. Dat wachten is op de geliefde die ook rookt. Het lied vermengt suggestief de passie van de liefde met het vuur van de sigaret. Het lied is mede zo sterk vanwege de melodieuze, bijna swingende zinnen. Uit het laatste couplet: sus espirales son sueños celestiales, oftwel zijn (rook)spiralen zijn hemelse dromen. Die spiralen vormen op hun beurt glorieuze wolken waarin de vuurpunt van zijn sigaret straalt als een heldere ster. De sigaret niet alleen als naspel (derde couplet), maar ook als voorspel.

Deze tango van Spaanse origine werd in Argentinië geïmporteerd door zangeres Tania, de partner van Enrique Santos Discépolo. Het lied werd in Buenos Aires al snel een succes en werd voor het eerst in een instrumentale versie opgenomen door Roberto Firpo. Rosita Quiroga nam het op voor het Victor-label in juli 1927. Ignacio Corsini nam het op in december 1927 met de teksten aangepast aan de mannelijke zanger. In de jaren 50 werd deze tango erg populair. Hector Varela, in 1955 voor het Columbia-label, en Carlos Di Sarli in 1956 voor het Victor-label, namen het succesvolle nummer op met de stem van Argentino Ledesma. Ook in de populaire muziek duikt het nummer regelmatig weer op, zij het vaak als persiflage op deze uitvoering van Sara Montiel (een fragment uit de film El Último Cuplé).

Volledige vertaling
Nummer 

Jorge Vidal canta El Llorón

Jorge Vidal zingt de milonga “El Llorón” in Arturo Mom’s film “El Tango en París” uit 1956. De film gaat over een tangozanger die naar Parijs reist op zoek naar succes. Jorge Vidal was daadwerkelijk een tangozanger; in 1949 en 1950 zong hij bij het orkest van Osvaldo Pugliese (o.a. Puente Alsina, Vieja Recova en Porque canto el tango). In de salon zou je hem een doodenkele keer kunnen horen, maar de nummers met Morán, Chanel en Maciel zijn veel bekender, naast natuurlijk de vele instrumentale nummers van het orkest van “San Pugliese”.

Nummer 

Carlos Gardel – Rosas de Otoño

Carlos Gardel zingt in wat mogelijk de eerste videoclip is uit de geschiedenis van de mensheid. Deze scene komt uit de korte muziekfilm Rosas de otoño (1931), Gardel zingt het gelijknamige lied. De dialoog aan het begin is te vinden op de Spaantalige Wikipedia-site van de film. De man die Gardel aanspreekt is de fameuze orkestleider Francisco Canaro.

Canaro: Hallo Carlos, hoe gaat het?
Gardel: Zoals altijd, vriend, gaan we door met het verdedigen van onze taal, onze gebruiken en onze liederen met behulp van de Argentijnse geluidsfilm.
C: Van mijn kant zal ik je met mijn orkest begeleiden en ik zal het onmogelijke doen zodat onze liederen blijven zegevieren over de hele wereld.
G: Oké, kameraad, pakken we de strijd op?
C: Laten we beginnen, laat de bel rinkelen.
G: Ok, aan de slag!

PS. De dialoog bevat nogal wat moeilijk te vertalen idioom. Aan het eind zegt Gardel: Listo el pollo, nomás! Letterlijk betekent dat “Geen gemaar, de kip is klaar.”

Nummer 

El cantor del pueblo

Roberto Quiroga zingt No me pregunten por qué. Het videofragment is een scene uit de film El cantor del pueblo (De stadszanger), een Argentijnse muziekfilm uit 1948. De film gaat over drie tangozangers die beroemd willen worden. In de film treden vele orkesten op, onder andere die van Juan D’Arienzo, Alfredo De Angelis, Roberto Firpo en Domingo Federico. Zanger, acteur en tekstschrijver Roberto Quiroga zul je in de salon niet veel horen, hij heeft vooral veel voor de radio gezongen. Op Tango.info staat hij vermeld met twaalf opnamen, waarvan twee bij een bekend orkest, dat van Julio de Caro.