Cristal

Breekbaarder dan kristal was mijn liefde voor jou… Kristal je hart… je blik… je lach.

Dramatisch liefdesverdriet stijgt op in deze tango Cristal. Het “kristal” uit de titel drukt de breekbaarheid van de liefde uit. Het hart van de tekstdichter is gebroken. Hij voelt zich oud en grijs, maar in zijn gedachten is hij bij die ene middag, bij een ontmoeting op een balkon van de toen nog jonge geliefden. Blijkbaar heeft hij haar in de steek gelaten. Het is allang over en voorbij, maar de tekstdichter klampt zich aan de herinnering vast. Hij voelt zich dodelijk alleen en hoopt maar dat zij ergens op hem wacht.

Dit prachtige lied uit 1944 is een van de vele tango’s die José Maria Contursi wijdde aan een beroemde liefdesaffaire, die tussen hem en Susana Gricel Viganó, kortweg Gricel. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in 1935. Hij was toen 23 jaar oud en zij 14. Drie jaar later beleefden ze in de bergen van Capilla Del Monte een korte maar hevige liefdesaffaire, toen Katunga (de bijnaam van Contursi) voor zijn gezondheid daar ging kuren. Maar Contursi was getrouwd en koos voor zijn huwelijk. Pas vierentwintig jaar later kwam het allemaal goed, toen Contursi weduwnaar was en Gricel gescheiden van de man waarmee ze was getrouwd. Dat was in 1962. Ze waren toen 51, respectievelijk 42 jaar oud en trouwden vrij snel daarna. Contursi, die als gevolg van de alcohol een slechte gezondheid had, overleed in 1972. Bron: https://www.todotango.com/english/history/chronicle/113/Gricel/

Volledige vertaling
Nummer 

Quiero verte una vez más

Ik wil je nog een keer zien, om mijn doodangst weg te nemen. Stil in een hoekje, zal ik dan rustig kunnen sterven!

Eén grote bezwering, dat is dit liefdesverdrietlied. De liedzanger is hopeloos alleen. Zijn geliefde is vertrokken, hij is in gesprek met zijn herinneringen. Zijn hoofd is koortsig, zijn verstand verbrandt zonder dat hij haar kan vergeten. Alle coupletten beginnen met de titel van dit lied: Quiero verte una vez más, “Ik wil je nog een keer zien”. Ik wil je nog een keer zien, om diep in je ogen te kunnen kijken. Ik wil je nog een keer zien, om mijn doodsangst weg te nemen. Ik wil je nog een keer zien, om stil in een hoekje rustig te kunnen sterven. Werkelijk peilloos verdriet.

De muziek van deze tango werd in 1930 gecomponeerd door Mario Canaro tijdens zijn verblijf in Parijs. Vanwege de traditionele kleding die ze tijdens hun optredens droegen, noemde hij deze Viejo gaucho. Zijn broer Rafael nam het lied in Frankrijk op met de stem van Luis Scanlon. Toen José Maria Contursi in 1939 de tango Viejo gaucho hoorde, bezorgde de muziek hem een ​​enorm gevoel van droefenis. Daarop schreef hij de verzen van Quiero verte una vez más. Contursi gaf de tekst aan Francisco Canaro om door te geven aan zijn broer Mario, die zich in Brussel ophield. De tango Viejo Gaucho aka Quiero verte una vez más is veelvuldig opgenomen, onder andere door Libertad Lamarque in de film Otra primavera uit 1950. In de salon zul je hem vooral horen in de versie van het orkest van Miguel Caló (met Alberto Podestá) of dat van Rodolfo Biagi (met Jorge Ortiz). Mario Canaro, de jongste van de Canaro-broers, was ook de auteur van de tango’s Oigo tu voz, Recuerdos de París en El cielo y tú.

Dit smartelijke liefdesverdrietlied is een van de puzzelstukjes in het ongelooflijke liefdesverhaal van José María Contursi en Gricel. In 1939, het jaar van Quiero verte una vez más, was José Maria “Katunga” Contursi zwaar verliefd op Gricel (Susana Gricel Viganó). Hij ontmoette haar in 1934, toen ze naar Buenos Aires reisde met de zussen Nelly en Gori Omar. De charismatische omroeper en dichter was op dat moment 23 jaar oud, het mooie blonde meisje pas 14. Hij was echter al getrouwd met zijn toenmalige vriendin Alina Zárate, met wie hij vier kinderen zou krijgen. Gricel trouwde, na het winnen van verschillende schoonheidswedstrijden, op haar beurt in Córdoba met ene Jorge Camba. Katunga en Gricel zien elkaar in die jaren een paar keer, het leven drijft hen uit elkaar. Contursi huilt als gevolg daarvan zijn hart uit op papier en schrijft de ene na de andere prachtige tango: Quiero verte una vez más, Cada vez que me recuerdes, Al verla pasar, Garras, Si de mí te has olvidado, Tabaco, Mi tango triste, Tu piel de jazmín, Cristal, Sin lágrimas, Esta noche de copas, Lluvia sobre el mar, Y la perdí, Vieja amiga, , Por calles muertas, Sombras nada más, Claveles blancos, Un alma buena. Pas veel en veel later, Contursi is dan weduwnaar en Gricel is gescheiden, weten de geliefden elkaar te vinden en worden ze alsnog samen gelukkig. Dat gebeurt in 1962. Contursi overlijdt tien jaar later. Gricel zal hem nog 22 jaar overleven, zij overlijdt op 25 juli 1994. Bron: http://tangosalbardo.blogspot.com/2013/11/quiero-verte-una-vez-mas.html

Volledige vertaling

La noche que te fuiste

De nacht dat je wegging, ging ook mijn hart.

Een koortsdroom, dat is dit liefdesverdrietlied, de beeldschone tango La noche que te fuiste. Vertaald in het Nederlands luidt de titel: “De nacht dat je wegging”. De tekstzanger heeft koortsige dromen waarin zijn voormalig geliefde aan hem verschijnt. In zijn dromen straalt ze als een zonnetje, ze verwarmt zijn bevende, koude handen met de hare. Ze sust hem in slaap met een eeuwenoud wiegelied dat ze voor hem zong toen ze nog bij elkaar waren. Hij herinnert zich de avond dat ze wegging: zijn wereld stortte in. Hij heeft berouw en houdt zich vast aan dat ene beeld: zijn geliefde die voor hem zingt. Alleen dán kan hij even zich weer zijn oude zelf voelen: stralend en gelukkig als een zonnestraal.

De componist van deze prachtige muziek is “El Chopin del tango“, de vroeggestorven Osmar Maderna (1918-1951). Maderna was pianist in het orkest van Miguel Caló, het laatste “pingeltje” aan het eind van ieder Caló-nummer is van hem. Later werd hij zelf orkestleider. Tekstschrijver was de dichter José María Contursi. Vanaf zijn studententijd was Contursi een groot lezer. Daarom werd hij op de San José-school, waar hij studeerde, aangesteld als bibliothecaris. Hij werd journalist en radiopresentator en viel op door zijn uiterlijk: lang, slungelig, elegant. De ontmoeting in 1935 met Susana Gricel Vigano (zij was 15 jaar oud, hij was 24) was aanleiding voor een jarenlange stroom van liefdesverdrietverzen, waaronder dit La noche que te fuiste. De intensiteit van deze gefrustreerde liefde, het innerlijke vuur dat hem verteerde, zijn getroubleerde eenzaamheid wordt weerspiegeld in zijn pen. Van de pijn die in elke zin doorsijpelt zijn we ons niet bewust als we op de dansvloer staan. Dat maakt het drama nog groter: een eenzaamheid zonder terugkeer. Al zegt het echte einde van het verhaal anders: op hun oude dag kwamen “Katunga” Contursi en zijn Gricel toch nog bij elkaar. Ze konden nog tien jaar samen zijn, de laatste vijf jaar als getrouwd paar. Bron: http://tangosalbardo.blogspot.com/2019/03/la-noche-que-te-fuiste.html

Volledige vertaling

Tu piel de jazmín

In de verschrikkelijke marteling van mijn donkere nachten hoor ik je stem, raak ik je huid aan, jouw zijdezachte huid!

Schrijnend liefdesverdriet, daarover handelt de tango “Tu piel de jazmín”. In de tekst praat de tekstdichter tegen zijn geliefde. Hij vertrok, liet haar alleen achter en nu heeft hij spijt. Hij mist haar vreselijk: haar stem, haar lacht, haar zijdezachte huid. Het spookt in zijn hoofd. Hij heeft alles kapot gemaakt, met name haar dromen en nu kan hij nergens meer aan denken. Dat is zijn lijdensweg, een niet-aflatende boetedoening voor zijn gemaakte fouten.

Dit lied gaat over een bestaande liefdesgeschiedenis, die tussen de tekstschrijver van dit lied, José Maria Contursi en Susan Gricel Viganó, kortweg Gricel. Dit paar ontmoette elkaar in 1935. Hun liefde ontvlamde in 1938, maar Contursi koos niet veel later toch voor zijn huwelijk. Daarna schreef hij de ene na de andere tango over “zijn” Gricel, vooral in de periode 1941-1945. In 1949 trouwde Gricel met ene Jorge Camba, van wie zij een dochtertje kreeg, Susana Jorgelina. Bovenstaande tango, “Tu piel de jazmín”, is uit 1950, een jaar dus waarin de geliefden verder dan ooit van elkaar gescheiden waren. Desalniettemin toont Conturi zich in deze tekst onvermoeid een hartstochtelijk gekweld minnaar te zijn. Pas in 1962 vonden de geliefden elkaar. Bron: https://www.todotango.com/english/history/chronicle/113/Gricel/

Volledige vertaling

Gricel

Jouw droombeeld was als van kristal en diggelde in stukken toen ik vertrok, want nooit, nooit keerde ik weerom…

Liefdesverdriet van voor tot achter in deze tango. Gricel is de naam van een beminde. Zomaar een liefdes(verdriet)lied is dit niet, want Gricel heeft echt bestaan: haar volledige naam was Susana Gricel Viganó. Zij was eerst de geliefde, pas veel later werd zij de vrouw van tekstschrijver en dichter José María Contursi. In de liedtekst heeft de ik-persoon Gricel verleid en is daarna verdwenen: “jouw illusie van kristal brak toen ik vertrok. Want nooit, nooit kwam ik weerom. Hoe bitter was jouw verdriet”. Nu heeft de ik-persoon spijt als haren op zijn hoofd. Veel hoop lijkt er evenwel niet te zijn: “ik gaf me over andere kussen. Mijn leven was een schijnvertoning. Wat zal er van mij terechtkomen, Gricel?” Gelukkig kwam het – in het echt – allemaal nog goed.

De Susana Gricel Viganó uit de titel woonde in de provincie, in Capilla del Monte in de heuvels bij Córdoba. Ze was 15 toen ze in 1935 de toen 24-jarige Contursi ontmoette in Buenos Aires, bij een optreden van Nelly Omar. Drie jaar later, in 1938, ging Contursi voor zijn gezondheid kuren in de bergen. Op aanraden van Nelly Omar werd dat Capilla del Monte. Toen sloeg de vonk echt over. Contursi was echter getrouwd, had kinderen en koos uiteindelijk voor zijn huwelijk. Contursi en Gricel bleven elkaar evenwel liefdesbrieven schrijven. Alles kwam in de openheid toen de tango “Gricel” werd gepubliceerd (1942). Daardoor kwam zij – winnares van lokale schoonheidswedstrijden en in een witte overall werkend als pompbediende – in haar omgeving bekend te staan als “de Gricel van het tangolied”. In 1949 trouwde Gricel met Jorge Camba, die haar al snel verliet voor een andere vrouw. In 1962, Contursi was inmiddels weduwnaar, ontmoetten ze elkaar opnieuw en ontstond een relatie. Ze trouwden in 1969. Contursi overleed in 1972.

Veel van de tango’s die Contursi schreef gaan over zijn geliefde Gricel, maar niet allemaal. Het is soms een beetje raden welke tango’s dat zijn. In ieder geval niet die van voor 1938. Maar wel: Quiero verte una vez más (1939), En este tarde gris (1941), Toda mi vida (1941), Junto a tu corazón (1942), Verdemar (1943), Cada vez que me recuerdes (1943), Sombras nada más (1943), Tabaco (1944), Cristal (1944), Garras (1945), La noche que te fuiste (1945), Tu piel de jazmín (1950).

Volledige vertaling
Nummer 

Toda mi vida

En nu dat je ver weg bent en je mij hebt weten te vergeten, ben ik een passage uit je leven, niets meer.

In het hoge tempo van de uitvoering van Troilo/Fiorentino valt het niet zo op, maar Toda mi vida is een liefdesverdrietlied vol van verlangen. De dichter, José Maria Contursi, spreekt zijn verlangen uit naar een geliefde die er niet meer is, die verdwenen is, die haar eigen weg is gegaan. Die geliefde is Susana Gricel Viganó, kortweg, Gricel, die in 1934, op 14-jarige leeftijd de toen 23-jarige Contursi ontmoette. De liefdesvonk sloeg over, maar tot een relatie kwam het pas veel en veel later, in 1962. Ten tijde van deze tango, 1941, was Contursi, hoewel getrouwd, nog steeds overduidelijk hoteldebotel van Gricel, zoals blijkt uit dit lied en tal van andere tangos die aan haar wijdde.

Volledige vertaling
Nummer 

Tabaco

En terwijl ik rook vormt de rook jouw figuur en in het aroma van de tabak bespeur ik uit de verte jouw parfum dat verhaalt van jouw vergetelheid en mijn waanzin.

Liefdesverdriet gesmoord in tabak, dat is de strekking van dit lied. In 1944, toen dit lied geschreven werd, rookte iedereen nog, en zéker alle minnaars en beminden. In de tekst roept de sigaretterook de verre, onbereikbare geliefde op. De ijle rookvormen doen de tekstdichter denken aan de vorm van zijn lief, de geur van de rook roept uit de verte haar parfum op. Het maakt haar tegelijkertijd dichtbij en veraf.

Dit lied is gebaseerd op de daadwerkelijke liefdesgeschiedenis tussen tekstdichter José María Contursi en de knappe Susana Gricel Viganó. Ze ontmoetten elkaar in Buenos Aires. Gricel woonde op dat moment in Córdoba. Ze vergezelde de zussen Gori en Nelly Omar – vriendinnen uit hun woonplaats Guaminí – naar een optreden van Nelly die zangeres was. Contursi, bijnaam Katunga, was een woest aantrekkelijke radiopresentator, zij een blondine met mooie trekken. Gricel’s veertien jonge jaren weerhielden haar er niet van om verliefd te worden op de 23-jarige Contursi. Dit alles gebeurde in het jaar 1934.

Vanwege de fysieke afstand tussen beiden en vanwege de persoonlijke omstandigheden van Katunga (hij was getrouwd en had een kind) was hun liefde onmogelijk. In 1942 schreef Contursi de tango Gricel die met de stem van Francisco Fiorentino door Aníbal Troilo werd opgenomen. Het succes daarvan was het begin van een reeks prachtige tangos die Contusi baseerde op de onmogelijke liefde op zijn verre geliefde: Verdemar, La noche que te fuiste, Sin lágrimas, Quiero verte una vez más, Cosas olvidados, Tu piel de jazmin, Claveles blanco, , Por calles olvidadas, Cristal, Mi tango triste, Esta noche de copas, Vieja amiga, Y la perdí en ook deze tango Tabaco. Bron: http://tangosalbardo.blogspot.com/2012/09/tabaco.html

Volledige vertaling
Nummer 

Junto a tu corazón

Wat een vreselijke nacht! Alles in mijn kamer is koud. Dit alles dank ik aan jou, mijn lief: deze eenzaamheid en walging.

Een hartstochtelijk drama, dit lied. De tekstdichter mist zijn lief. Zij is vertrokken. Hij blijft achter. Hij is alleen, een schaduw tussen de schaduwen, hartstochtelijk verlangend naar haar. Als een gewond vogeltje zocht hij affectie, zo dicht mogelijk bij haar hart: “junto a su corazón“. Maar zij vertrok en hij, de dichter, zal het licht van haar ogen moeten missen.

Dit liefdesverdriet is gebaseerd op een bestaande, noodlottige liefde. De stadse tekstdichter José Maria Contursi van dit lied was verliefd op de knappe Susana Gricel Viganó die uit de provincie kwam. Ze ontmoetten elkaar in Buenos Aires rond 1934. Ze werden tot elkaar aangetrokken, maar het leven dreef ze uit elkaar. Contursi was al getrouwd. Gricel trouwde later, beiden kregen ze kinderen. Ondertussen bleef Contursi van Gricel dromen. Pas veel later, in 1962 ontmoetten ze elkaar weer en kregen ze een verhouding. Ze trouwden in 1967 en waren tot aan de dood van Contursi in 1972 samen. Gedurende zijn hele leven wijdde hij vele tangos aan zijn Gricel, waaronder het beroemde Gricel en deze Junto a tu corazón.

Volledige vertaling

Cada vez que me recuerdes

Elke keer als jij je mij herinnert, zullen jouw gedachten mij kussen.

Dit lied uit 1943 is het verhaal van een liefde die begon als een groot feest, maar die uitging als een nachtkaars. Gaandeweg verdween bij de geliefde de passie, de verveling sloeg toe, de geliefde vertrok. De tekstzanger blijft geschokt achter, met een gebroken hart en hoopt nog steeds op een teken van de geliefde: “Elke keer als jij je mij herinnert, zal de nacht het mij zeggen“. Wat vooral blijft is wat de geliefde achterliet: het sterke gevoel van diens aanwezigheid.

De tekst van dit lied is geïnspireerd op een bestaande liefde, die tussen Susana Gricel Viganó en de dichter José Maria Contursi. Zij was vijftien jaar oud (ze werd geboren op 15 april 1920) toen haar vriendin en zangeres Nelly Omar haar meenam naar een live-optreden van haar, in het LS8 Radio Stentor auditorium. Het was een van de twintig radiostations in de stad, gevestigd in Florida 8, in het hart van het centrum van Buenos Aires. De dames kenden elkaar omdat de familie Viganó een tijdje in Guaminí had gewoond, Nelly’s geboortestreek. Destijds woonde de jonge Gricel in Capilla del Monte, Córdoba, waar haar ouders een herberg en een benzinestation hadden.

Haar schoonheid was schokkend: haar moeder was van Duitse afkomst en ze had dat blonde haar en die dromerige blauwe ogen van haar geërfd. In 1935 heette de radio-omroeper José María Contursi, maar in nachtelijk Buenos Aires stond hij bekend als Katunga. José María was een echte dandy, zoon van Pascual Contursi, een van de pioniers van het tangolied. Van zijn vader had hij het talent geërfd om verzen te schrijven. Hij was 24 jaar oud, reeds getrouwd met Alina Zárate en vader van een meisje. Toen hij kennismaakte met Gricel veranderde zijn leven voor altijd.

Het meisje was verblind was door de jongeman met zijn goede kleding en manieren. Maar ze keerde terug naar Córdoba en hij ging verder in Buenos Aires. Sommigen zeggen dat ze brieven schreven. In 1938 had Katunga gezondheidsproblemen en opnieuw was Nelly Omar degene die hem voorstelde om een ​​tijdje de bergen in te trekken om te herstellen. De plaats was Capilla del Monte en de herberg Viganó. De romance ontluikte, maar was van korte duur: hij keerde terug naar zijn stad; zij zag haar droom breken als glas.

Toen begon de beproeving. In 1939 schreef José María de tango Quiero verte una vez más. Het was het begin van een hele reeks: in 1940 verschenen En esta tarde gris, Sin lágrimas en Toda mi vida. In 1942 verscheen de naar haar genoemde tango: Gricel. Zij was inmiddels getrouwd en kreeg uit dat huwelijk een dochter. Een jaar later verschenen Sombras nada más en Cada vez que me recuerdes. En in 1945: La noche que te fuiste en Garras.

In 1957 werd Katunga weduwnaar: de vrouw met wie hij vier kinderen had gekregen, stierf. Gricel was ook alleen: haar man had haar in de steek gelaten. In 1962 trad de bandoneonist Ciriaco Ortíz op in Capilla del Monte en vertelde haar dat José María geen partner had, depressief was en veel dronk. Gricel kwam naar Buenos Aires en de reünie was een feit. Ze trouwden op 16 augustus 1967 in Córdoba: hij 56 jaar oud; zij 47. Het was een religieuze ceremonie omdat zij alleen burgerlijk getrouwd was. Het huwelijk duurde tot 11 mei 1972 toen Contursi, verzwakt door de ontberingen van zijn vorige leven, in Cordóba stierf. Gricel leefde nog twee decennia. Bron: https://www.clarin.com/ciudades/historia-amor-eternizo-tango_0_SJFxZOXiD7g.html.

Volledige vertaling

En esta tarde gris

Kom, heb medelijden met mijn pijn, ik ben moe van het huilen, van het lijden en hopen, van het in mezelf praten.

Op deze grijze middag, zo luidt de titel van dit lied. Dat belooft natuurlijk niet veel goeds. En inderdaad, het lied schildert een tranendal van pijnlijk liefdesverdriet in de derde persoon. In de tekst is het een regenachtige middag. In die regen beluistert de zanger de tranen van een geliefde die buiten beeld is. Die geliefde is alleen, voelt zich verlaten en is ten einde raad, zo verklaart ze zelf. In het derde couplet (dat meestal niet gezongen wordt) geeft de zanger toe dat hij fout zat: hij was vertrokken, allang weer bezig met nieuwe liefdes, maar toont zich alsnog bewust van de pijn van de geliefde.

Deze beroemde tango werd in 1941 gecomponeerd door José María Contursi samen met pianist Mariano Mores. Door Contursi werd dit lied als een van zijn beste tango’s beschouwd. Zoals verschillende andere tango’s van Contursi verwijst dit lied naar zijn liefde voor Susana Gricel Viganó, kortweg Gricel (naar de beroemde tango met die naam). Contursi was getrouwd met Alina Zárate met wie hij vier kinderen had, maar hij ontmoette Gricel wiens jeugd en schoonheid hem betoverden. Desondanks keerde hij terug naar zijn huwelijk en liet hij deze romance achter, hoewel de pijn en het berouw voor deze verlating hem zijn hele leven hebben achtervolgd. Na jaren is Contursi weduwe geworden, wordt Gricel verlaten door haar man en dankzij de hulp van Ciriaco Ortiz in 1962 kunnen ze elkaar weer ontmoeten. Ze woonden de rest van hun leven samen. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/En_esta_tarde_gris.

Volledige vertaling