Barrio de tango

Honden blaffen naar de maan. De liefde weggedoken in een poort. Padden kwakend in de lagune en in de verte de stem van de bandoneon.

Een nostalgisch-zoete tango, dat is deze Barrio de tango (“Tangobuurt”) van Manzi en Troilo. De tekst bezingt de herinnering aan een eenvoudig buurtje in Pompeya, een volkswijk aan de zuidkant van Buenos Aires, dicht tegen de Riachuelo (een riviertje) aan. Een lantaarn slingert heen en weer, een late trein vertrekt, honden blaffen, in het moeras kwaken de padden en in de verte klinkt de stem van een bandoneon, refererend aan het feit dat Pompeya één van Buenos Aires’ oudste tangowijken is. De tekstdichter denkt aan zijn oude vrienden, vraagt zich af wat er van hen geworden is. Hij denkt aan de blonde Juana die hij in de steek liet. Vanuit zijn herinnering roept hij alles weer op: de sjouwer die het magazijn vult, het drama van de bleke buurman die nooit naar buiten ging om de trein te zien, de platte karren op de parkeerterreinen, de nachten, het maanlicht op de modder en in de verte natuurlijk de stem van een bandoneon.

Het nummer Barrio de tango werd in 1942 geschreven door Anibal Troilo (muziek) en Homero Manzi (tekst). De tango Sur uit 1949 is ook van hun hand. Net als Sur is dit een nostalgische tango over de volksbuurt waar de dichter Manzi opgroeide: zijn middelbare school stond in Pompeya en later was hij er zelf docent. Pompeya, voluit Nueva Pompeya is een wijk gelegen aan de zuidkant in de stad Buenos Aires. Lange tijd was het een van de proletarische districten van de stad, doordrenkt van de traditie van de tango en één waar veel van de eerste tango’s geschreven en uitgevoerd werden. Nueva Pompeya kreeg haar naam van de gelovigen van de Maagd van de Rozenkrans van Pompeya. Voor die tijd werd het vaak het ‘district van de kikkers’ genoemd. De term “kikker” (rana), in het Lunfardo, de volkstaal van Buenos Aires, verwijst naar een “straatwijs”, goedgebekt type. Nueva Pompeya werd grotendeels gebouwd op de uiterwaarden ten noorden van de Riachuelo en was in die tijd onderhevig aan frequente overstromingen. Het was bijgevolg dunbevolkt en berucht om zijn armoede en hoge misdaadcijfers. Tot de jaren dertig, toen er industrieën in het gebied begonnen te ontstaan, werkten de meeste lokale bewoners in het grote slachthuis in het naburige Parque Patricios. Sáenz Avenue, die door Nueva Pompeya loopt, wordt soms nog steeds “de straat van botten” genoemd, vanwege het vele vee dat vroeg in de twintigste eeuw stierf op weg naar het slachthuis. Het gebied stond ook bekend om zijn vele pulperías, louche saloons die bezocht werden door gitaristen, messenmakers, -dragers en -trekkers. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Nueva_Pompeya_(Buenos_Aires)

De Riachuelo (Spaans voor “riviertje”) begrenst de wijk Pompeya aan de zuidkant. Het water maakt deel uit van de Matanza-rivier (Río de la Matanza of Río Matanza, hetgeen “slachtrivier” betekent). De Matanza is een 64 kilometer lange stroom in Argentinië die zijn oorsprong heeft in de provincie Buenos Aires en die de zuidelijke grens van het federale district van Buenos Aires bepaalt. De rivier mondt uit in de Río de la Plata tussen Tandanor en Dock Sud. De wijk La Boca en de voetbalclub Boca Juniors bevinden zich in de buurt van de monding van de Riachuelo (boca is Spaans voor”mond” of “monding”). Het Matanza-bekken is de meest vervuilde rivier in Latijns-Amerika en een van de tien meest vervuilde plekken ter wereld, met een zeer hoog loodgehalte. Een van de belangrijkste redenen waarom het zo vervuild is, is dat de talrijke fabrieken langs de rivier, met name leerlooierijen, grote hoeveelheden industrieel afval in de rivier dumpen, met name zware metalen. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Matanza_River

Volledige vertaling
Nummer 

Sur

Nostalgie naar de dingen die voorbij zijn, zandkorrels meegevoerd door het leven, verdriet om de buurten die veranderd zijn en bitterheid om de droom die vervloog.

Prachtig lied, dit Sur (“Zuid”), een melancholische tango over oude buurten en een vervlogen liefde. Het “Zuid” uit de titel verwijst niet naar het zuiden van Argentinië, naar Patagonië, maar naar het zuidelijke gedeelte van de stad Buenos Aires. Het lied bezingt het kruispunt van de avenidas San Juan en Boedo, ten zuiden daarvan de wijk Pompeya, en nog zuidelijker, de inundaties van de Riachuelo (rio Matanza). In het lied figureert een dijk, het licht uit een winkelruit, de smidse op de hoek, modder en steppe. En een jeugdliefde, een bruidskapsel, een gestolen kus, vreedzame wandelingen onder de sterrenhemel. Maar het heeft niet zo mogen zijn. De liefde vervloog en de oude buurten zijn veranderd, die zijn niet meer zoals ze waren…

Troilo’s samenwerking met Manzi in de jaren veertig leverde verschillende hits op, waaronder Barrio de tango en de wals Romance de Barrio, maar geen enkele bereikte de universele erkenning van Sur (Zuid), misschien wel Argentinië’s meest geliefde tango ooit. De Argentijnse auteur Ernesto Sabato zei dat hij alles wat hij heeft geschreven zou weggeven voor het voorrecht om de auteur van Sur te zijn. Het kruispunt van avenidas San Juan en Boedo is door deze tango beroemd geworden. In 1995 verklaarde het Argentijnse Congres de bar op die plek tot een locatie van historisch belang. De buitenkant van het gebouw is zodoende behouden gebleven. In 2000 werd de bar omgedoopt tot “Homero Manzi”. De tekst van de tango roept de jonge jaren op van Homero Manzi die eerst bij zijn ouders in de buurt van San Juan en Boedo woonde en later leerling was op een school in de buurt van Pompeya. Met zijn verzen verbindt Manzi de twee buurten in een romantisch tijdsbeeld dat deel uitmaakt van zijn herinneringen. Bron: https://letrasdetango.wordpress.com/2010/05/25/219/

Homero Manzi (1907-1951) kwam zelf niet uit Buenos Aires. Hij werd geboren in Añatuya, in de provincie Santiago del Estero. Zijn dichterlijke geest kwam enkele jaren later tot leven in de wijk Pompeya van Buenos Aires. Hij begon als leraar aan een middelbare school, maar hij gaf dat beroep op voor de poëzie, zoals hij later zijn rechtenstudie zou opgeven toen hij van de universiteit werd gestuurd omdat hij tot de rebellen behoorde van de “studenten in espadrilles” die in 1930 door de Florida-straat paradeerden om zich te onderscheiden van het andere “type schoeisel” die het land regeerde. Eind 1947 legden Homero Manzi en Aníbal Troilo de laatste hand aan de tango Sur. Volgens García Giménez vermoedde Manzi toen al dat hij dodelijk ziek was en ook zijn vrienden vreesden het ergste. Ondanks zijn gekwelde gemoedstoestand schreef hij Sur, verlangend naar zijn weelderige jeugd in de door hem geadopteerde buurt. Bron: https://www.eltango.com.ar/letras/sur-en-ingles/

Volledige vertaling
Nummer 

3 x Tal vez será mi alcohol

Dit nummer wordt hieronder vertoond in achtereenvolgens muziek, tekst en dans.

MuziekLucio Demare
TekstHomero Manzi
Jaar1943
Tango.infohttps://tango.info/T0370199282
El Recodohttps://www.el-recodo.com/music?S=Tal+vez+ser%C3%A1+mi+alcohol+%28Tal+vez+ser%C3%A1+su+voz%29
Todotangohttps://www.todotango.com/musica/tema/567/Tal-vez-sera-mi-alcohol/

Tal vez será mi alcohol

Het is donker op de dansvloer en onbedoeld vormen zich schaduwen, die Griseta oproepen, Malena, Maria Esther.

Een tango binnen de tango, dat is deze Tal vez será mi alcohol. In de tekst bevinden we ons in een donkere tangosalon. De schaduwen roepen vrouwspersonen uit andere tango’s op, onder andere Griseta en Malena. Er speelt droevige tangomuziek: een bandeneon, een hartverscheurende viool, een snikkende stem. De tekstdichter, gevoelig als hij is voor al deze indrukken, herinnert zich daardoor, of misschien wel door de alcohol, de stem van een geliefde. Zij is niet meer, ze was opeens vertrokken, maar de tekstdichter kan niet anders dan aan haar denken, vooral als de sombere schaduwen van de tango haar oproepen. Prachtig hoe de sfeer van een tangosalon en de treurige muziek verbonden wordt met een herinnering én de verwarring van de hoofdpersoon. Want was het nu de muziek of de alcohol, dat hij haar stem hoorde? Deze tekst uit 1943 verwijst naar andere bekende tango’s: Griseta uit 1924, Malena uit 1942 en de wals Maria Esther (1943 of eerder).

Deze tango van Demare en Manzi stamt uit het voorjaar van 1943. Het nummer werd meteen, 6 mei 1943, opgenomen door het orkest van Lucio Demare met de stem van Raúl Berón. Een kleine maand later, 4 juni 1943, kwam de rechts-militaire regering van Pablo Ramirez aan de macht, waarvan Juan Perón onderminister was en in 1945 de gekozen president werd. Met de rechts-militaire dictatuur kwam ook de censuur, en die censuur keurde af: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcoholgebruik en dronkenschap en “alles wat als negatief voor de taal of het land kon worden opgevat”. De tango Tal vez será mi alcohol was meteen de klos. De titel werd Tal vez sera tu voz (naar een regel uit het lied), de verwijzingen naar alcohol in de tekst werden aangepast, de fueye (blaasbalg oftewel bandoneon) werd een piano. Nog datzelfde jaar, 13 september 1943, werd de gecensureerde versie nogmaals opgenomen door Demare/Berón. Dat is de versie die in de salon het meest gedraaid wordt. Ook de uitvoering van Troilo/Marino uit datzelfde jaar is de gecensureerde versie.

Volledige vertaling

Fuimos

Wij waren de hoop die geen werkelijkheid werd, die geen glimp van zijn zachtmoedige middag kon opvangen.

Wat een prachtige tekst heeft deze tango Fuimos, oftewel: “We waren”. En wat een práchtige opbouw. Het is bijna een lesje Spaanse grammatica. Het eerste couplet begint met Fui, “Ik was”, het tweede met Fuiste, “Jij was” en de resterende coupletten beginnen steeds met Fuimos, “Wij waren”. Ook de taal is prachtig. De tekst stroomt over van vergelijkingen die allemaal liefdesverdriet betreffen: regens van as en vermoeidheid, gemorste druppels azijn op wonden, liefdeshoop die geen glimp van zijn zachtmoedige middag kan opvangen. De tekstdichter is afgewezen en zijn wereld is ingestort. Het resultaat is desolaat liefdesverdriet dat wordt beschreven in prachtige beelden, de ene vergelijking na de andere. Je zou er bijna zelf bij neerstorten…

De tekst van deze Fuimos is van Homero Nicolás Manzione Prestera (1907-1951), kortweg Homero Manzi. Hij was een Argentijnse tangotekstschrijver, auteur van verschillende beroemde tango’s, zo’n 150 in totaal. Hij werd geboren in Añatuya, in provincie Santiago del Estero. Manzi was al van jongs af aan geïnteresseerd in literatuur en tango. Na een korte periode in de journalistiek werkte hij als literatuurprofessor en professor Spaans. Om politieke redenen – hij was lid van een volkerennationalistische organisatie – werd hij uit zijn professoraat gezet en besloot hij zich aan de kunsten te wijden. Behalve met het schrijven van tangoteksten hield hij zich ook bezig met het maken van films. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Homero_Manzi

Als geen ander heeft Manzi tangoteksten met poëzie verrijkt. Hij was een dichter zonder ooit een dichtbundel te publiceren. Zijn poëzie kwam tot uiting in zijn liederen. Zonder zijn dichterlijke gevoelens op te geven werd hij immens populair. Hij nam zijn toevlucht tot metaforen, zelfs surrealistische, maar wel zó, dat ook gewone mensen zijn boodschap begrepen. In zijn teksten gebruikte hij nooit Lunfardo (het slang van Buenos Aires), hoewel zijn werk op een breed publiek gericht was. In tegenstelling tot andere grote auteurs, zijn zijn teksten geen kronieken van een sociale onrechtvaardigheid, noch brengen ze morele boodschappen over. In zijn verzen zijn vaak, net zoals in de tango, zowel verlangen als nostalgie aanwezig. Via dit tweetal schildert Manzi mensen en dingen met tederheid en sympathie. De arme, voorstedelijke wijk is zijn decor. In zijn beroemde tango Sur uit 1948, waarvan de muziek geschreven werd door bandoneonspeler Anibal Troilo, komt de essentie van zijn werk samen: de poëzie van een zuidelijke buitenwijk van Buenos Aires. Bron: https://www.todotango.com/english/artists/biography/68/Homero-Manzi/

Volledige vertaling
Nummer 

Milonga del 900

Ik hou van haar omdat ik van haar hou en daarom vergeef ik haar. Er is niets erger dan rancuneus en in bitterheid te leven.

De tekst van deze Milonga del novecentos verwijst naar een stukje Argentijnse geschiedenis, namelijk naar het leven tegen het einde van de negentiende eeuw (letterlijk betekent novecentos 900, meer in het algemeen ook de 19e eeuw). De hoofdpersoon lijkt een payador te zijn, een Argentijns liedjeszanger met gaucho-wortels, want hij drukt zich uit in stoere taal die ook in de milonga campera (de milonga van het platteland) gebezigd wordt: hij loopt niet op het trottoir, hij draagt een coole hoed en militaire boots en hij gedijt niet bij de nieuwigheden van de moderne tijd, zoals bijvoorbeeld stenen plaveisel. Desondanks is hij van slag, want zijn lief is vertrokken terwijl hij nog verliefd is. Heel romantisch hoort hij overal haar naam: in het spel van de gitaren, in de straatjes van zijn buurt en in de sterren. Ruimhartig is hij ook, want de tekst besluit met: “Ik hou van haar omdat ik van haar hou en daarom vergeef ik haar. Er is niets erger dan rancuneus en in bitterheid te leven.”

Deze Milonga del novecientos uit 1933 is een vroege milonga urbuna of milonga ciudadana, een stadse, levendige en dansbare versie van de eentonige milonga campera, de milonga van het platteland. Deze trend van de milonga ciudadana werd ingezet met de bekende Milonga sentimental uit 1932 en die, net als deze Milonga del 900 van de hand is van het succesvolle duo Sebastián Piana (muziek) en Homero Manzi (tekst). Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Milonga

Volledige vertaling
Nummer 

Paisaje

Nu weet ik dat mijn leven, net als jij, slechts een ver en donker landschap is, zonder dromen van zilver, zonder liefdesgoud.

Liefdesverdriet aan de muur. Een schilderij, een herfstlandschap, daarom draait de tekst van deze wals. Op het doek veel schaduw, nevel, wolken en mist, bomen in de aprilregen (in Argentinië zijn de seizoenen omgekeerd). Dit recent aangeschafte schilderij heeft de dichter opgehangen tegenover de plek waar het portret van zijn voormalig geliefde hing. Hij vraagt zich af wie de schilder is en hoe die zijn geliefde zou schilderen, hoe de schilder haar gevoelens zou vastleggen. In het herfstlandschap herkent de dichter het beeld van de voorbije liefde: hun beider levens ziet hij als donkere, treurige landschappen zonder licht, zonder hoop.

De tekst van deze wals met zijn prachtige beeldspraak is geschreven door de dichter Homero Manzi en op muziek gezet door de pianist Sebastián Piana. Het duo Manzi/Piana was een sterk koppel, dat vooral veel milongas voortgebracht heeft: Milonga sentimental, Milonga de Puente Alsina, Milonga de los fortines, Mañanera, Betinotti, Milonga del 900, Milonga triste, Pena mulata, Papá Baltasar, Carnavalera. Daarnaast schreven ze een aantal bekende tangos en dus deze wals, Paisaje (Landschap). Meer achtergronden in dit mooie interview met Sebastián Piana: https://www.todotango.com/english/history/chronicle/83/Piana-The-last-interview-/

Volledige vertaling
Nummer 

Recién

Vandaag, bij mijn terugkeer, verwachtte ik het verwijt van je vergetelheid, maar ik vond slechts de straf van je vergevingsgezindheid.

Homero Manzi is de tekstdichter van zo’n honderdvijftig tango’s, waaronder beroemde nummers als Barrio de tango, Desde el alma (wals), Despues, Fruta Amarga, Fuimos, Malena, Manaña zarpa un barco, Milonga Sentimental, Paisage (wals), Romance de barrio en Sur. Een hele lijst. En ook van deze Recién. In prachtige, poetische tangotaal beschrijft dit nummer de recente (recién = recentelijk) ontmoeting van de tekstdichter met zijn voormalig geliefde. Hij duikt in het verleden en beseft al zijn misstappen (fracasos). Tot zijn grote verbazing ontdekt hij ter plekke dat de geliefde niets vergeten heeft, maar wel alles vergeven. Deze vergevingsgezindheid ervaart hij bijna als een straf (castigo). Zijn fouten zijn gezien, maar worden tot zijn verbazing liefdevol bedekt.

Volledige vertaling
Nummer