Uno

Als ik degene kon vergeten die mijn hart ooit vernietigde en van je kon houden, dan zou ik je hoop omarmen om te huilen om je liefde.

Dramatisch lied, deze tango getiteld Uno. Afgaande op de romantische melodie zou een niet-Spaans sprekende persoon kunnen denken dat die “Uno” over een bijzonder iemand gaat, een geliefde of beminde persoon. Maar de “Uno” uit de titel betekent in deze context “men” en slaat op de eerste persoon enkelvoud, op de tekstdichter zelf. “Vol hoop zoekt men het pad dat dromen de verlangens beloven“, zo luidt de eerste regel. Die “men”, dat is dus de dichter zelf. Het eerste couplet meldt dat onze hoofdpersoon bedrogen is door het leven, door de liefde: zijn hart is koud en leeg. In het tweede couplet blijkt er een nieuwe liefde in het spel te zijn, maar die komt jammerlijk te laat: de hoofdpersooon is geestelijk al gestorven. Het derde en laatste couplet beschrijft het gezamenlijke verdriet, dat deze nieuwe liefde ten dode is opgeschreven.

De geschiedenis van deze tango “Uno” wordt verhaald op internetradio Tukma, in een uitzending van Matiás Ángeles (zie de link hieronder). Het verhaal is bijna te lang om weer te geven, maar in het kort komt het erop neer dat in 1940 de 21-jarige pianist Mariano Mores deze compositie voorlegde aan de beroemde tekstdichter Enrique Santos Discepolo. Discepolo liet de muziek drie jaar liggen, totdat hij, heel onverwacht, de tekst van “Si tuviera el corazón” voorlegde aan de componist. Mores dacht dat de tekst veel te lang was voor een tango, maar Fransisco Canaro overtuigde Mores ervan dat dit nummer hitpotentie had. Het nummer werd inderdaad snel een succes en werd door het enthousiaste publiek “Uno” gedoopt. Vier jaar later, in 1947 ging Discepolo op radio Belgrano in op de achtergronden van dit lied. In een van zijn radiouitzendingen uit de serie “Como nacieron mis canciones” legde Discepolo uit dat hij in 1943 in een diepe existentiële crisis verkeerde, een midlife-crisis die ging over ouder worden. Tien dagen duurde die crisis, tien dagen waarop Discepolo zich helemaal van de wereld afsloot en waarin de tekst van de tango “Uno” geconcipiëerd werd. Bron: https://www.youtube.com/watch?v=fIovo7ZJDzk

De tango “Uno” werd na publicatie snel een hit. De eerste die het in 1943 opnam was Tania, de geliefde van Enrique Santos Discepolo. Daarna volgden, ook in 1943, opnamen van Libertad Lamarque, van Francisco Canaro met Carlos Roldán, van Anibal Troilo met Alberto Marino en van Juan D’Arienzo met Hector Mauré. Later werd het opgenomen door onder andere Julio Sosa (1957) en Roberto Goyeneche (1968). Maar daar bleef het niet bij, ook internationaal werd het nummer een hit: “Uno” werd uitgevoerd door wereldsterren als Placido Domingo (1981) en Julio Iglesias (1992). Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Uno_(Enrique_Santos_Disc%C3%A9polo_and_Mariano_Mores_song)

Volledige vertaling
Nummer 

El bulín de la calle Ayacucho

De primus liet me er niet in de steek met het water dat hij opwarmde, en warm water hebbend was de mate er de baas.

Nostalgisch lied vol van herinneringen, dit El bulín de la calle Ayacucho. Een bulín is een optrekje ter grootte van een kamer dat eermaals in Buenos Aires door jongemannen gebruikt werd als hangplek, als verzamelplek voor vrienden, waar gegeten werd en geslapen, gegokt en gedobbeld, waar mate (een bittere thee) werd gedronken en waar muziek werd gemaakt. De tekstdichter denkt er met nostalgie aan terug. Maar wat was, is niet meer: er was een vriendinnetje dat verdween. De dichter blijft bitter en teleurgesteld achter en komt zijn bed niet meer uit. En de bulin die hij huurde aan de Azacucho-straat, die blijft leeg en verwaarloosd achter.

Het huis (casa, bulín, casita, conventillo, cotorro, cuarto, et cetera) is het onderwerp van verschillende tango’s, soms als decor en andere direct als onderwerp. Een casa verwijst over het algemeen naar de kindertijd, het gezin, het huis, terwijl bulín of cotorro verwijzen naar onafhankelijkheid, seksualiteit, eenzaamheid of volwassenheid. Over de bulín van deze tango, die aan calle Ayacucho 1443, schreef José Servidio: “Het was een kleine kamer waaraan zelfs de muizen niet ontbraken. Elke vrijdag kwamen Juan Fulginiti, de zanger Martino, de zanger Paganini, Nunziatta, ook een zanger, Sola “de Magere”, zanger, gitarist en bevoorrechtte zuipschuit, en ik. Ciacia kookte altijd een stoofpot. In de bulín stond een koekenpan en een kookpot . Met dronk mate, men kletste. Zoals ik al zei, liep daar af en toe ook een muis rond. De bijeenkomsten in de bulín op Ayacucho-straat duurden min of meer tot eind 1921. Toen El Cele (auteur van El bulín de la calle Ayacucho) trouwde, eindigden deze bijeenkomsten.” De onderhevige bulín aan de Ayacucho-straat 1443 in Buenos Aires werd eind jaren twintig gesloopt.

In 1943 werd El bulín de la calle Ayacucho slachtoffer van de censuur die het nieuwe militaire bewind ingevoerde. Vanaf dat moment was verboden: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcohol en dronkenschap en “elke willekeurige verwijzing die als negatief of immoreel kon worden opgevat voor de taal of het land”. Vanwege het vele Lunfardo dat in de tekst voorkwam, moest El Negro Cele (de tekstdichter Celedonio Flores) de tekst herzien. Het resultaat was een maar al te brave versie met de nieuwe titel Mi cuartito. In 1949, na een audiëntie bij president Peron, werd de censuur opgeheven, of beter gezegd verlicht, want in zekere zin bleef de censuur gewoon bestaan. In de praktijk deed men veel aan zelfcensuur. In 1952 kwam de SADAIC (de Buma/Stemra van Argentinië) met de overheid een lijst overeen van liedjes die niet uitgezonden mochten worden. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/El_bul%C3%ADn_de_la_calle_Ayacucho

Volledige vertaling

Madame Ivonne

Op een dag arriveerde een Argentijn die de kleine Francaise deed zuchten, tussen tango en mate bracht hij haar mee uit Parijs.

Madame Ivonne is het verhaal van een Parijse grisette uit de jaren twintig. Een grisette was een zelfstandige jonge vrouw met lossere zeden, iets tussen minnares en prostituée in, die vaak een verhouding had met een kunstenaar. De naam grisette is afkomstig van de kleur van hun kleding: grijs zoals de kleding van als hun armoedige working-class afkomst. De grisette in dit lied is de koningin van het nachtleven van de bohème, de kunstenaarsscene van Parijs. Zij valt echter als een blok voor een tango-dansende Argentijn die haar meevoert naar Buenos Aires. Daar slijt zij de rest haar leven, niet meer als mademoiselle, maar als madam. De betekenis daarvan laat zich raden, zie ook de volgende link: https://nl.wikipedia.org/wiki/Madam

Volledige vertaling
Nummer