Barrio de tango

Honden blaffen naar de maan. De liefde weggedoken in een poort. Padden kwakend in de lagune en in de verte de stem van de bandoneon.

Een nostalgisch-zoete tango, dat is deze Barrio de tango (“Tangobuurt”) van Manzi en Troilo. De tekst bezingt de herinnering aan een eenvoudig buurtje in Pompeya, een volkswijk aan de zuidkant van Buenos Aires, dicht tegen de Riachuelo (een riviertje) aan. Een lantaarn slingert heen en weer, een late trein vertrekt, honden blaffen, in het moeras kwaken de padden en in de verte klinkt de stem van een bandoneon, refererend aan het feit dat Pompeya één van Buenos Aires’ oudste tangowijken is. De tekstdichter denkt aan zijn oude vrienden, vraagt zich af wat er van hen geworden is. Hij denkt aan de blonde Juana die hij in de steek liet. Vanuit zijn herinnering roept hij alles weer op: de sjouwer die het magazijn vult, het drama van de bleke buurman die nooit naar buiten ging om de trein te zien, de platte karren op de parkeerterreinen, de nachten, het maanlicht op de modder en in de verte natuurlijk de stem van een bandoneon.

Het nummer Barrio de tango werd in 1942 geschreven door Anibal Troilo (muziek) en Homero Manzi (tekst). De tango Sur uit 1949 is ook van hun hand. Net als Sur is dit een nostalgische tango over de volksbuurt waar de dichter Manzi opgroeide: zijn middelbare school stond in Pompeya en later was hij er zelf docent. Pompeya, voluit Nueva Pompeya is een wijk gelegen aan de zuidkant in de stad Buenos Aires. Lange tijd was het een van de proletarische districten van de stad, doordrenkt van de traditie van de tango en één waar veel van de eerste tango’s geschreven en uitgevoerd werden. Nueva Pompeya kreeg haar naam van de gelovigen van de Maagd van de Rozenkrans van Pompeya. Voor die tijd werd het vaak het ‘district van de kikkers’ genoemd. De term “kikker” (rana), in het Lunfardo, de volkstaal van Buenos Aires, verwijst naar een “straatwijs”, goedgebekt type. Nueva Pompeya werd grotendeels gebouwd op de uiterwaarden ten noorden van de Riachuelo en was in die tijd onderhevig aan frequente overstromingen. Het was bijgevolg dunbevolkt en berucht om zijn armoede en hoge misdaadcijfers. Tot de jaren dertig, toen er industrieën in het gebied begonnen te ontstaan, werkten de meeste lokale bewoners in het grote slachthuis in het naburige Parque Patricios. Sáenz Avenue, die door Nueva Pompeya loopt, wordt soms nog steeds “de straat van botten” genoemd, vanwege het vele vee dat vroeg in de twintigste eeuw stierf op weg naar het slachthuis. Het gebied stond ook bekend om zijn vele pulperías, louche saloons die bezocht werden door gitaristen, messenmakers, -dragers en -trekkers. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Nueva_Pompeya_(Buenos_Aires)

De Riachuelo (Spaans voor “riviertje”) begrenst de wijk Pompeya aan de zuidkant. Het water maakt deel uit van de Matanza-rivier (Río de la Matanza of Río Matanza, hetgeen “slachtrivier” betekent). De Matanza is een 64 kilometer lange stroom in Argentinië die zijn oorsprong heeft in de provincie Buenos Aires en die de zuidelijke grens van het federale district van Buenos Aires bepaalt. De rivier mondt uit in de Río de la Plata tussen Tandanor en Dock Sud. De wijk La Boca en de voetbalclub Boca Juniors bevinden zich in de buurt van de monding van de Riachuelo (boca is Spaans voor”mond” of “monding”). Het Matanza-bekken is de meest vervuilde rivier in Latijns-Amerika en een van de tien meest vervuilde plekken ter wereld, met een zeer hoog loodgehalte. Een van de belangrijkste redenen waarom het zo vervuild is, is dat de talrijke fabrieken langs de rivier, met name leerlooierijen, grote hoeveelheden industrieel afval in de rivier dumpen, met name zware metalen. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Matanza_River

Volledige vertaling
Nummer 

Gloria

Meisjes zijn geen liefdesspeelgoed, ze hebben gevoelens, weet je.

Gloria is een tango uit 1927. In datzelfde jaar werd het nummer al op plaat gezet door Carlos Gardel. De titel is geen vrouwennaam, maar betekent “Glorie”, roem, de luisterrijke roem van een vreugdevolle overwinning. In de tekst van deze tango wordt een jongedame die glorie voorgehouden door een man die haar avances maakt. Maar die jongedame is niet gek. Ze ziet dat degene die haar beloften maakt (champagne, feesten, sportwagens) een rijke stinkerd is. Een gigolo, een playboy, en ook nog eentje op leeftijd. “Loop maar door, ouwe”, zegt ze, “De jeugd is geen bloem voor je knoopsgat. Je verspeelt je tijd. Koop een kam om deze obsessie uit je hersenen te verwijderen”. Duidelijke taal van een zelfbewuste jongedame.

De ooit veelgeprezen en nog steeds interessante website Tango and Chaos verhaalt van de belevenissen in Buenos Aires van een Amerikaanse milonguero, Rick McGarrey. De beschreven avonturen spelen zich af in de periode 2001-2011. Op deze website staat de tango Gloria, in de uitvoering van De Angelis met Carlos Dante, bovenaan in zijn lijst met favoriete tango’s. Dat is vanwege meerdere redenen: de rijke taal (veel Lunfardo, het voseo), de muziek en de stem van Dante en de thematiek van een zelfverzekerde jongedame die zich niet in de luren laat leggen door een mooipraat van een playboy met centen. Bron: https://www.tangoandchaos.org/chapt_4music/2gloria.htm

De tekst van deze tango is van de hand van Armando Tagini. De muziek werd gecomponeerd door Humberto Canaro, een van de vele muzikale broers van Francisco Canaro. Humberto, pianist, orkestleider en componist, kom je ook wel tegen onder zijn eigenlijke naam, José. De andere broers waren Rafael (gitarist, bassist, orkestleider en componist), Juan (bandoneonist, orkestleider en componist) en Mario (violist, bandoneonist, bassist, orkestleider en componist). De beroemdste broer van het stel was uiteraard Francisco Canaro (1888-1964), violist, orkestleider en componist, tevens de oudste van deze muziekdynastie. Daarna kwamen: Rafael (1890-1972), Juan (1892-1977), Humberto (1896-1952) en Mario (1903-1974). Bron: https://www.todotango.com/english/history/chronicle/538/The-Canaro-brothers-a-tango-dynasty/

Volledige vertaling
Nummer 

Milonga que peina canas

Lang geleden, uit de tijd van de vetkuifen met rozenwater, toen het leven mooi was en een renstal mijn school, werd mijn liefde voor paarden geboren.

Milonga que peina canas is een energieke milonga als ondertitel Milonga turfistica. Zowel titel als ondertitel zijn nogal raadselachtig. Letterlijk vertaald betekent de titel: “Milonga die grijze haren kamt”. Maar peinar canas is Lunfardo (straattaal van Buenos Aires) voor iets dat oud is, iets dat uit vervlogen tijden stamt. Het turfistica uit de ondertitel verwijst naar el turf, oftwel een paardenrenbaan. De vervlogen tijden uit de titel zijn dus die van de paardensport. De tekst haalt herinneringen op aan de renbaan: het geritsel van de jassen van de jockeys, namen van beroemde renpaarden (23 in totaal) en van een beroemde jockey die op de renbaan verongelukte. De tekstdichter verwijst naar zijn eigen grijze manen en denkt met nostalgie terug aan de vele verscheurde gokkaarten die geen geluk brachten. De namen van paarden bouwen een hele wereld op en geven het lied het ritme van een paardenrace.

Paardenrennen vormden in Argentinië rond de jaren ’20 een belangrijk onderdeel van het sociale leven. Meer dan twee dozijn tango’s gaan over paarden en paardensport, onder andere: Bajo Belgrano, Preparáte pa’ el Domingo, Palermo en het beroemde Por una cabeza. Veel van deze liederen werden uitgevoerd door Carlos Gardel, zelf een groot liefhebber van de paardensport.

Volledige vertaling

Tal vez será mi alcohol

Het is donker op de dansvloer en onbedoeld vormen zich schaduwen, die Griseta oproepen, Malena, Maria Esther.

Een tango binnen de tango, dat is deze Tal vez será mi alcohol. In de tekst bevinden we ons in een donkere tangosalon. De schaduwen roepen vrouwspersonen uit andere tango’s op, onder andere Griseta en Malena. Er speelt droevige tangomuziek: een bandeneon, een hartverscheurende viool, een snikkende stem. De tekstdichter, gevoelig als hij is voor al deze indrukken, herinnert zich daardoor, of misschien wel door de alcohol, de stem van een geliefde. Zij is niet meer, ze was opeens vertrokken, maar de tekstdichter kan niet anders dan aan haar denken, vooral als de sombere schaduwen van de tango haar oproepen. Prachtig hoe de sfeer van een tangosalon en de treurige muziek verbonden wordt met een herinnering én de verwarring van de hoofdpersoon. Want was het nu de muziek of de alcohol, dat hij haar stem hoorde? Deze tekst uit 1943 verwijst naar andere bekende tango’s: Griseta uit 1924, Malena uit 1942 en de wals Maria Esther (1943 of eerder).

Deze tango van Demare en Manzi stamt uit het voorjaar van 1943. Het nummer werd meteen, 6 mei 1943, opgenomen door het orkest van Lucio Demare met de stem van Raúl Berón. Een kleine maand later, 4 juni 1943, kwam de rechts-militaire regering van Pablo Ramirez aan de macht, waarvan Juan Perón onderminister was en in 1945 de gekozen president werd. Met de rechts-militaire dictatuur kwam ook de censuur, en die censuur keurde af: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcoholgebruik en dronkenschap en “alles wat als negatief voor de taal of het land kon worden opgevat”. De tango Tal vez será mi alcohol was meteen de klos. De titel werd Tal vez sera tu voz (naar een regel uit het lied), de verwijzingen naar alcohol in de tekst werden aangepast, de fueye (blaasbalg oftewel bandoneon) werd een piano. Nog datzelfde jaar, 13 september 1943, werd de gecensureerde versie nogmaals opgenomen door Demare/Berón. Dat is de versie die in de salon het meest gedraaid wordt. Ook de uitvoering van Troilo/Marino uit datzelfde jaar is de gecensureerde versie.

Volledige vertaling

El bulín de la calle Ayacucho

De primus liet me er niet in de steek met het water dat hij opwarmde, en warm water hebbend was de mate er de baas.

Nostalgisch lied vol van herinneringen, dit El bulín de la calle Ayacucho. Een bulín is een optrekje ter grootte van een kamer dat eermaals in Buenos Aires door jongemannen gebruikt werd als hangplek, als verzamelplek voor vrienden, waar gegeten werd en geslapen, gegokt en gedobbeld, waar mate (een bittere thee) werd gedronken en waar muziek werd gemaakt. De tekstdichter denkt er met nostalgie aan terug. Maar wat was, is niet meer: er was een vriendinnetje dat verdween. De dichter blijft bitter en teleurgesteld achter en komt zijn bed niet meer uit. En de bulin die hij huurde aan de Azacucho-straat, die blijft leeg en verwaarloosd achter.

Het huis (casa, bulín, casita, conventillo, cotorro, cuarto, et cetera) is het onderwerp van verschillende tango’s, soms als decor en andere direct als onderwerp. Een casa verwijst over het algemeen naar de kindertijd, het gezin, het huis, terwijl bulín of cotorro verwijzen naar onafhankelijkheid, seksualiteit, eenzaamheid of volwassenheid. Over de bulín van deze tango, die aan calle Ayacucho 1443, schreef José Servidio: “Het was een kleine kamer waaraan zelfs de muizen niet ontbraken. Elke vrijdag kwamen Juan Fulginiti, de zanger Martino, de zanger Paganini, Nunziatta, ook een zanger, Sola “de Magere”, zanger, gitarist en bevoorrechtte zuipschuit, en ik. Ciacia kookte altijd een stoofpot. In de bulín stond een koekenpan en een kookpot . Met dronk mate, men kletste. Zoals ik al zei, liep daar af en toe ook een muis rond. De bijeenkomsten in de bulín op Ayacucho-straat duurden min of meer tot eind 1921. Toen El Cele (auteur van El bulín de la calle Ayacucho) trouwde, eindigden deze bijeenkomsten.” De onderhevige bulín aan de Ayacucho-straat 1443 in Buenos Aires werd eind jaren twintig gesloopt.

In 1943 werd El bulín de la calle Ayacucho slachtoffer van de censuur die het nieuwe militaire bewind ingevoerde. Vanaf dat moment was verboden: Lunfardo (het slang van Buenos Aires), alcohol en dronkenschap en “elke willekeurige verwijzing die als negatief of immoreel kon worden opgevat voor de taal of het land”. Vanwege het vele Lunfardo dat in de tekst voorkwam, moest El Negro Cele (de tekstdichter Celedonio Flores) de tekst herzien. Het resultaat was een maar al te brave versie met de nieuwe titel Mi cuartito. In 1949, na een audiëntie bij president Peron, werd de censuur opgeheven, of beter gezegd verlicht, want in zekere zin bleef de censuur gewoon bestaan. In de praktijk deed men veel aan zelfcensuur. In 1952 kwam de SADAIC (de Buma/Stemra van Argentinië) met de overheid een lijst overeen van liedjes die niet uitgezonden mochten worden. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/El_bul%C3%ADn_de_la_calle_Ayacucho

Volledige vertaling

Yira, yira

Zelfs als je leven in elkaar stort, zelfs je als een pijn verbijt, verwacht nooit hulp, geen hand, geen gunst.

De tango Yira, yira heeft een inktzwarte tekst. De coupletten beschrijven iemand die door het leven in de steek is gelaten: iemand die geen geluk heeft, geen geld, geen eten, geen dak. En erger nog, ook geen vrienden. De tekst trekt bittere conclusies: waar je aanbelt — om in de armen van een vriend te kunnen sterven — wordt niet open gedaan, en waar je ineenstort, staan de mensen om je heen klaar om de kleren te passen die je zult achterlaten. Het credo is: verwacht geen helpende hand, geen gunst, van niemand niet. Alles is een leugen, nergens is liefde, de wereld geeft nergens om. Het Yira, yira uit de titel is de zeer meerduidige conclusie, want die zegt i) dat de wereld zinloos blijft “doormalen”, ii) dat het geluk, dat hem zo in de steek heeft gelaten, blijft “doortippelen” en c) dat “doelloos ronddolen” het enige is wat de dakloze overblijft.

Zowel de tekst als de muziek van dit lied is geschreven door Enrique Santos Discépolo, schrijver, acteur en filmregisseur. De tango Yira, yira is een van zijn vele maatschappijkritische teksten, geschreven in 1929 en opgenomen in 1930. Het lied is een portret van Argentinë en Buenos Aires ten tijde van de Great Depression.

In de periode 1943-1949 had Yira, yira te lijden van de censuur opgelegd door de regering Péron. De titel kon niet door de beugel, die werd Camina, camina, “Wandel, wandel”. Ook de coupletten moesten anders, vanwege het vele Lunfardo, het slang van Buenos Aires.

Gek genoeg verbond Discépolo zich actief met de corporatistische politiek van Péron, die onder meer de vakbonden een sterke rol gaf. Zijn peronistische activisme, onder meer op de radio, isoleerde Discépolo steeds verder. Hij werd openlijk tegengewerkt. Aan dat sociale isolement ging Discépolo ten onder, hij stierf in 1951, eenzaam en alleen zoals het personage in Yira, yira. Bron: https://www.todotango.com/historias/cronica/422/Discepolo-y-la-politica:-%C2%ABVeras-que-todo-es-mentira%C2%BB/

Volledige vertaling
Nummer 

Mano a mano

Vandaag ben je een geslaagde dame, het leven lacht en zingt je toe, je verkwist makkelijk het geld van de sufferds, net zoals een sluwe kat met muizen speelt.

Bij de titel van deze tango, Mano a mano, ligt de vertaling “Hand in hand” voor de hand. Maar dat klopt niet, want het gaat hier om quedar mano a mano en dat betekent “Kiet staan”. Kiet staan, dat slaat in dit lied op de complexe relatie tussen de tekstdichter en zijn geliefde. Ze zijn elkaar niets meer verschuldigd, dus staan ze kiet. Ooit, in een vroeger leven van armoe en ellende hadden de twee iets met elkaar, maar dat is over en uit. Nu is zij verslaafd aan de glam en glitter van de milonga, aan de rijke vriendjes die haar onderhouden. De tekstdichter van zijn kant denkt vooruit, hij speculeert op het aflopen van haar houdbaarheidstermijn. Wanneer die voorbij is, in een toekomstig leven dus, hoopt hij haar alsnog bij te kunnen staan met raad en daad.

Deze beroemde tango werd in 1920 geschreven door Celedonio “El Negro Cele” Flores (1896-1949). El Cele werd geboren in de stad Buenos Aires, in de wijk Villa Crespo, voornamelijk bewoond door creolen en immigranten van verschillende afkomst. In de jaren twintig was hij een zeer populaire dichter en tekstschrijver. Zijn tango’s, vaak sentimenteel en moraliserend in de beschrijvingen van zijn personages bevatten veel Lunfardo, het lokale jargon van de Río de la Plata-regio. Zijn meest creatieve fase duurde tot het begin van de jaren dertig. Gardel nam eenentwintig nummers op van Celedonio, waaronder een van de grootste hits uit zijn hele carrière: “Mano a mano”.

De tekst van Mano a mano is dubbelzinnig, niet alleen door het vele Lunfardo (het slang van Buenos Aires), maar ook en met name door het zinnetje: Es una buena mujer: “Zij is een goede vrouw”. Dit zinnetje zou zowel serieus opgevat kunnen worden (en dan houdt de tekstdichter oprecht van de flierefluitster uit het lied), maar ook cynisch (en dan laat hij haar helemaal vallen). De muziek is van Carlos Gardel en José Razzano. Gardel nam het lied in 1923 voor het eerst op. Daarna volgden vele opnamen, van onder andere: Canaro, Lomuto, De Angelis, Edmundo Rivero, Julio Sosa, Roberto Goyeneche en Adriana Varela.

In 1943 viel dit lied ten prooi aan de censuur. Het zeer aanwezige en dubbelzinnige Lunfardo was uit den boze, maar ook het lichtzinnige leven van de flierefluitster kon niet door de beugel. Onder de censuur viel namelijk: Lunfardo, dronkenschap en “alles wat als immoreel of negatief kon worden opgevat worden voor het land of de taal”. De hele tekst ging op de schop. De gecensueerde versie, een bloedeloze schim van de oorspronkelijke tekst werd in 1944 opgenomen door het orkest van Lomuto. Gek genoeg is de versie van De Angelis uit 1946 de originele, ongecensureerde versie, terwijl de censuur pas in 1949 werd afgeschaft/verlicht.

Volledige vertaling & gecensureerde versie
Nummer 

Milonga del 900

Ik hou van haar omdat ik van haar hou en daarom vergeef ik haar. Er is niets erger dan rancuneus en in bitterheid te leven.

De tekst van deze Milonga del novecentos verwijst naar een stukje Argentijnse geschiedenis, namelijk naar het leven tegen het einde van de negentiende eeuw (letterlijk betekent novecentos 900, meer in het algemeen ook de 19e eeuw). De hoofdpersoon lijkt een payador te zijn, een Argentijns liedjeszanger met gaucho-wortels, want hij drukt zich uit in stoere taal die ook in de milonga campera (de milonga van het platteland) gebezigd wordt: hij loopt niet op het trottoir, hij draagt een coole hoed en militaire boots en hij gedijt niet bij de nieuwigheden van de moderne tijd, zoals bijvoorbeeld stenen plaveisel. Desondanks is hij van slag, want zijn lief is vertrokken terwijl hij nog verliefd is. Heel romantisch hoort hij overal haar naam: in het spel van de gitaren, in de straatjes van zijn buurt en in de sterren. Ruimhartig is hij ook, want de tekst besluit met: “Ik hou van haar omdat ik van haar hou en daarom vergeef ik haar. Er is niets erger dan rancuneus en in bitterheid te leven.”

Deze Milonga del novecientos uit 1933 is een vroege milonga urbuna of milonga ciudadana, een stadse, levendige en dansbare versie van de eentonige milonga campera, de milonga van het platteland. Deze trend van de milonga ciudadana werd ingezet met de bekende Milonga sentimental uit 1932 en die, net als deze Milonga del 900 van de hand is van het succesvolle duo Sebastián Piana (muziek) en Homero Manzi (tekst). Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Milonga

Volledige vertaling
Nummer 

Mi dolor

Opnieuw lijd ik omdat ik geliefd ben en vandaag, net als toen, ben ik een slaaf van jouw liefde.

Prachtige tango uit 1926: Mi dolor. De muzikale tekst kent stevige ritmische coupletten en een melodieus refrein met heerlijke uithalen. De tekstdichter lijdt aan een verliefdheid die hij achter zich probeert te laten. In verre landen gaat hij op zoek naar vergetelheid en dat lukt zowaar, mede dankzij nieuwe liefjes. Totdat hij opnieuw de geliefde tegenkomt en als een blok voor haar valt. Opnieuw is hij, net als toen, een slaaf van haar hart: “un esclavo de tu corazón“.

De tekst van deze tango werd in 1943 door tekstschrijver Manuel Meaños herschreven, vanwege de door het militaire regime opgelegde censuur. Lunfardo (het slang van Buenos Aires) was verboden, evenals elke verwijzing naar dronkenschap of uitdrukkingen die immoreel of negatief voor de taal of het land konden worden beschouwd. Een aantal liedregels werd aangepast en één “immoreel” couplet viel zelfs helemaal weg. De gecensureerde tekst komt voor in Domingo Federico’s uitvoering uit 1947 (met Oscar Larocca). Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Mi_dolor

Volledige vertaling
Nummer 

Yo soy el tango

Ik ben de oude tango, geboren in de achterbuurten. Waarom geloven, waarom liegen dat ik veranderd ben, als ik dezelfde ben als vroeger?

Dit is een uitzonderlijke tango. Het onderwerp is nu eens geen liefdesverdriet, dit lied gaat over de tango zelf. Sterker nog, in dit lied komt de tango zelf aan het woord. De tekst vergelijkt de moderne tango, die uit 1941, met de oude tango, die van de guardia vieja (de jaren twintig). Ondanks het feit dat hij, de tango, in de danszalen over de hele wereld een ereplaats veroverd heeft, is zijn afkomst nederig, zegt de tekst. De essentie en hart van de tango zijn niet veranderd.

De moderne tango, die uit de Gouden Eeuw van de tango, besloeg de jaren 1935-1955. De start werd gegeven door het orkest van Juan D’Arienzo, dat vanaf 1935 de tango met zijn strakke beat een nieuw leven inblies. Begin jaren veertig was tango echt hip, het was dé dominante populaire cultuur in de hoofdstad van Argentinië. De muziek en de dans was overal: in Buenos Aires leefden meerdere tientallen orkesten van de tango. Voor 1935 was de tango bijna ingedut. De oude tango, die van de guardia vieja, had haar hoogtepunt beleefd in de jaren twintig. Niet toevallig viel de dip samen met de crisisjaren. En de revival van de tango viel samen met het begin van de tweede wereldoorlog die Argentinië enorm welvarend maakte: Argentinië bevoorraadde zowel de As-mogendheden als de geallieerden.

Volledige vertaling
Nummer 

Los cosos de al lao

Opeens klinkt er het geluid van een orkest, de buren van hiernaast hebben een feestje.

Deze tango gaat over de mensen van hiernaast: los cosos de al lao. Er klinkt muziek, een tango, de buren hebben een feestje. Het lied is niet alleen maar vrolijkheid, het is vooral een schets van de tristesse van de arrabal, van de woonbuurten van Buenos Aires. Een agent doet zijn ronde, een charmeur staat in een portiek te flirten, een dronkenlap loopt over straat. En ondertussen vieren die mensen van hiernaast een feestje: het kind van hun dochter wordt gedoopt, de dochter die op haar veertiende het huis verliet en die is teruggekeerd met kind. Feest dus, maar met een melancholisch randje.

Volledige vertaling

Desencuentro

Bittere mismatch, want je ziet dat het andersom is. Je geloofde in oprechtheid en in de moraal. Hoe stom!

Bitter levensverdriet-lied uit de zestiger jaren. Het woord desencuentro uit de titel, letterlijk: ‘des-ontmoeting’ of ‘mis-ontmoeting’, kan duiden op een mislukte ontmoeting, een mismatch of een onenigheid, een aanvaring (bron: Spanishdict.com). In het Lunfardo, het Argentijnse slang betekent het zoiets als tegenspoed, rampspoed. Een woord dus met vele betekenissen. De tekst handelt over een jij-persoon die een grondige mismatch ervaart met het leven, over iemand die in het goede gelooft en in de liefde, maar die genaaid wordt door het leven, door de anderen en door de liefde. Alles gaat mis, zelfs de zelfmoordkogel wil niet afgaan. Een lied met scherpe contrasten: enerzijds de liefde en haar zoete bedoelingen, anderzijds de hardheid en wreedheid van een wereld vol haat.

Volledige vertaling
Nummer 

Percal

Je was amper vijftien jaar, dromend van lijden en liefde, naar het centrum te trekken, te slagen en de percalkatoen te vergeten.

De Nederlandse vertaling van de titel van dit lied is simpelweg: ‘Percal’, naar de katoensoort die heden ten dage verkocht wordt als luxe versie van katoen: percal. Damals in Argentinië was dat blijkbaar anders, want in dit lied is percal de stof van (armoedige) kinderkleding, van jurkjes die alleen jonge meisjes droegen. Percal is dus de stof van de herinnering, van de armoede en misschien ook wel van de onschuld. Het lied gaat over een persoon die zijn van-veraf-beminde jongedame met lede ogen ziet vertrekken. Zij slaagt erin los te komen van haar afkomst, van de percalkatoen. Maar het is niet eind goed, al goed. In het laatste couplet blijkt dat zij verre van gelukkig is en soms ook nog terugdenkt aan de percalkatoen, lees: de onschuld van vroeger.

De tekst van deze tango is van de Argentijnse tangodichter en tekstschrijver Homero Aldo Expósito (1918-1987). Zijn broer Virgilio zette tientallen van zijn tangoteksten op muziek. Homero Expósito’s vernieuwing was het gebruik van het vrije vers. Als perfectionist herzag Homero zijn teksten ontelbare keren: “Ik wil gewoon niet dat een idioot me komt vertellen dat er een komma verkeerd staat“. De muziek van Percal is van bandoneonist, violist, dirigent en componist Domingo Federico (1916-2000). Samen met Homero Expósito produceerde hij verschillende tango’s, waaronder Al compás del corazón, Yuyo verde, Tristezas de la calle Corrientes, A bailar en Yo soy el tango.

Expósito had het vermogen om op bestaande muziek poëtische teksten te schrijven. Federico zei dat de dichter naar de muziek luisterde, vertrok en twee dagen later terugkeerde met de tekst. Tekst en muziek werden nog een beetje aangepast en het stuk was klaar. De oorsprong van Percal was een muzikaal idee van Federico, van atypische maten waarop Expósito de tekst bouwde. Daarin komt ook de percalkatoen terug – de goedkope stof waarmee waarmee bescheiden jonge vrouwen zich de onbereikbare luxe van een avondjurk verschaften. Hoewel het orkest van Caló doorgaans gearrangeerd werd door pianist Osmar Maderna, werd Percal rechtstreeks uitgevoerd door Federico. Het ging, met de stem van Alberto Podestá, in première in het Singapur-cabaret dat eigendom was van Caló, aan de Montevideostraat in Buenos Aires. Het nummer was meteen een succes. Enrique Santos Discépolo zei dat hij de tekst graag zelf had willen schrijven.

Vanaf 1943 werden tangoteksten door de militaire regering gecensureerd. Verboden werd het gebruik van lunfardo (het dialect van de straat), evenals elke verwijzing naar dronkenschap of uitdrukkingen die als immoreel of negatief voor de taal of voor het land werden beschouwd. Ook de tango Percal mocht niet op de radio worden uitgezonden vanwege de immorele strekking (sic). Nadat in 1946 Juan Perón tot president verkozen werd, ging de censuur nog gewoon door. Pas na een audiëntie bij Perón op 25 maart 1949 werd de censuur opgeheven; de president verklaarde niet op de hoogte te zijn van het bestaan ​​van de restrictieve richtlijnen. Nadien konden vele tango’s weer op de radio worden gespeeld, hoewel sommige stukken, zoals de tango Al pie de la Santa Cruz en de Milonga del 900, nog steeds werden uitgevoerd met aanpassingen in de delen met een politieke inhoud. Bron: https://es.wikipedia.org/wiki/Percal_(tango)

Volledige vertaling
Nummer 

Junto a tu corazón por Los Castiellos

Prettig onversterkt optreden van vader Hernán en zoon Mateo Castiello. Hernán heeft als bijnaam “Cucuza“, dat is Lunfardo voor schedel, dus “Kale”. Uitgevoerd wordt het nummer “Junto a tu corazón“. Gewoonlijk treedt Hernán “Cucuza” Castiello op met microfoon en versterkers. Dan vind ik zijn stem blikkerig klinken, metalig. Hier treedt hij onversterkt op en vind ik zijn stem veel mooier klinken: zuiverder en waarachtiger. De sfeer van het filmpje draagt daar ook aan bij: het contact met het publiek is superdirect en de belichting zorgt voor een mooie samenzweerderige sfeer. Plaats en tijd: Zona Tango, 6 februari 2016, Buenos Aires, Argentinië.

Che papusa oí

Nu word je meegesleept in de maalstroom van je luxe omgeving,
maar ik ben benieuwd hoe het je morgen vergaat.

Hé schoonheid, luister, zo luidt de titel van deze tango uit 1928. De tekst gaat over de vergankelijkheid van de schoonheid. Het onderwerp van deze tango is een danseresje afkomstig uit de onderklasse die zich omhoog probeert te werken met dure kleertjes, glitterende juwelen en met sjieke auto’s. Met een duur accent, met haar schoonheid en haar jeugd, en die op de dansvloer daarmee alle mannen betovert. Ze wordt toegesproken door de tekstzanger, die achter het goud en de glitter haar bange hartje voelt kloppen en die haar waarschuwt voor de dag van morgen. De tekst loopt over van lunfardo, het Argentijnse slang van de achterbuurten. Bij het vertalen maak ik dankbaar gebruik van het Dictionario Lunfardo van de onvolprezen website Todotango.com.

Volledige vertaling
Nummer